Wageningse kennis in IPCC klimaatrapport

Wageningen Climate Solutions

Fotografie: Shutterstock

DOOR Arjan Paans - September 2019


Het is een tijdrovende, arbeidsintensieve nevenfunctie. En het resultaat zorgt vaak voor ophef en controverse. Maar voor Wageningse onderzoekers is het meeschrijven aan het klimaatrapport van het IPCC een manier om invloed uit te oefenen op nationaal en internationaal klimaatbeleid.

Eerder dit jaar haalde een opmerkelijk onderzoek van Zwitserse wetenschappers het nieuws: het massaal aanplanten van bos op aarde zou een behoorlijke reductie van CO2 in de atmosfeer kunnen bewerkstelligen. Zelfs tot een niveau van honderd jaar geleden. De benodigde hoeveelheid nieuwe bomen is enorm, maar niet onhaalbaar: 0,9 miljard hectare, ofwel twee keer de oppervlakte van Europa.

Het onderzoek laat zien hoe in de klimaatdiscussie bos en bosbeheer steeds meer in de belangstelling komen te staan, zegt hoogleraar Europese Bossen Gert-Jan Nabuurs. “Ik vind de aandacht goed, omdat het bossen op een juiste manier onder de aandacht brengt. Maar de cijfers worden hoog aangezet. Het duurzaam in stand houden van dat bos, vraagt om een duurzame bosbouwsector met voldoende vraag naar hout.”

Bos- en Natuurbeheer is de expertise van Nabuurs. Zijn kennis en expertise neemt hij mee als coördinerend hoofdauteur aan het zesde klimaatrapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Aan het rapport van de klimaatraad van de Verenigde Naties werken in totaal 721 experts uit 90 landen mee, onder wie twee Wageningers: Nabuurs en bestuurskundige Robbert Biesbroek.

Dichtbegroeid bos met dennenbomen. De aandacht voor bos en bosbeheer neemt toe in het klimaatdebat. Foto: Shutterstock

REALISTISCHE ADVIEZEN VOOR CONCRETE MAATREGELEN

Nabuurs is geen nieuw gezicht bij het IPCC. De hoogleraar was al vier keer eerder bij rapporten betrokken; twee keer als hoofdauteur en twee keer als auteur. Nu is hij de trekker van het hoofdstuk over mitigatie. Zijn werkgroep houdt zich bezig met wat alle sectoren in de landbouw kunnen doen tegen klimaatverandering. Nabuurs: “Kunnen we realistische adviezen geven voor concrete en uitvoerbare maatregelen en wat zijn de knoppen waar beleidsmakers aan moeten draaien? Terwijl de bosbouwsector vooral kansen ziet om uit te breiden, gaan maatregelen in de landbouw pijn doen. Want dat kan betekenen dat ons eten duurder wordt.”

Robbert Biesbroek debuteert bij het IPCC. De controverses rond ‘global warming’ waren voor hem een belangrijke reden dat hij wilde meewerken aan het IPCC. “Toen vorig jaar de oproep kwam om bijdragen te leveren aan het IPCC heb ik me meteen aangemeld. In een tijd van informatieovervloed en fake news is het heel belangrijk dat wetenschappers op zo’n systematische en transparante manier politici ondersteunen bij het nemen van beslissingen”, zegt Biesbroek.

Anders dan Nabuurs heeft Biesbroek geen natuurwetenschappelijke, maar een bestuurskundige achtergrond. “In het verleden werd het IPCC regelmatig bekritiseerd vanwege het gebrek aan sociaal-wetenschappelijke inzichten. Ik ben blij dat ik vanuit mijn achtergrond nu mijn steentje mag bijdragen. De klimaatopgave is in mijn ogen een politiek-bestuurlijke en maatschappelijke opgave, waarin verschillende partijen het vraagstuk ‘framen’ vanuit hun eigen overtuiging. Bestuurskundigen kunnen helpen bij het zichtbaar maken van die frames. Ook kunnen ze laten zien welke sturingselementen er zijn, en hoe overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties hun opgaven kunnen oppakken.”


Overstromingen in Bangladesh komen steeds vaker voor. Foto: Shutterstock

GEZAG EN CONTROVERSE

In de loop der jaren heeft het IPCC wereldwijd gezag opgebouwd maar ook voor controverse gezorgd (zie kader). Dat heeft ervoor gezorgd dat het IPCC veel professioneler is gaan werken, zegt Nabuurs. “Ik ben als sinds 1999 betrokken in het IPCC en zie dat het IPCC is gaan werken met goede procedures voor literatuurreviews en double checks om fouten te voorkomen.”

Ook Biesbroek vindt dat er met de grootste zorgvuldigheid aan het rapport wordt gewerkt. “Als coördinerend hoofdauteur ben ik verantwoordelijk voor de afstemming tussen de verschillende auteurs en de verschillende hoofdstukken in het rapport. Een hele drukke periode, waarbij je vooral heel veel moet lezen, samenvatten, aggregeren en wetenschappelijke inzichten moet wegen. Dat moet systematisch, transparant en zorgvuldig gebeuren, want IPCC rapporten zijn referentiewerken die onder een vergrootglas komen te liggen op het moment dat ze verschijnen.”

Wetenschappers moeten oppassen met het hel en verdoemenis preken. Dat leidt tot verlamming


De ijskappen smelten als gevolg van de opwarming van de aarde. Foto: Shutterstock

GEEN HEL EN VERDOEMENIS, MAAR HANDELINGSPERSPECTIEF

Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse, is ervaringsdeskundige als het gaat om IPCC-rapporten. Hij is sinds 1990 in verschillende rollen betrokken geweest bij diverse rapporten en weet inmiddels wat werkt en wat niet. “Wetenschappers in het IPCC moeten oppassen met het hel en verdoemenis preken. Dat leidt maar tot verlamming omdat mensen zeggen dat we er toch niets aan kunnen doen. We moeten regeringen handelingsperspectief geven. Dat betekent de randvoorwaarden geven om de uitstoot te verminderen. Door innovatie kun je de transitie naar duurzame energie maken en die moet door allerlei belastingmaatregelen versneld worden.”

Leemans heeft onder andere het ‘Reason for Concern’ diagram ontwikkeld. Dit diagram is de wetenschappelijke onderbouwing van het Paris Agreement, met de doelstelling binnen de 2 graden Celsius opwarming te blijven. Volgens Leemans is het “zeker niet onmogelijk” om de CO2-uitstoot in 2050 terug te brengen naar nul. “Dan kom je wel in de discussie: hebben wij het meeste recht op die uitstoot of ontwikkelingslanden, die nog tot ontwikkeling moeten komen. Dat is een solidariteitsvraag. Vanuit mijn persoonlijke perspectief en politieke perspectief vind ik dat je eerlijk moet delen. Maar dat hoeft niet door die landen eerst flink te laten vervuilen. Het kan ook door de laatste technologie overal snel beschikbaar te stellen.”

De komende 10, 20 jaar zullen we nog met stijgende emissies te maken hebben, zegt Nabuurs. “Het landgebruik is niet zomaar om te buigen. Landen als China, India en Brazilië zullen zich natuurlijk nog verder ontwikkelen. Dat kun je niet tegenhouden. Maar dat betekent wel dat ons klimaat nog verder zal veranderen. Misschien moeten er nog grotere rampen over ons heen komen voordat er drastische maatregelen worden genomen.”

Christmas Island, dat ongeveer 350 kilometres ten zuiden van Java en Sumatra ligt, verdwijnt langzaam door het stijgende zeeniveau. Foto: Shutterstock

VELE VLIEGKILOMETERS VOOR CONSENSUS

Het werken binnen het IPCC is voor de WUR-wetenschappers bepaald geen baantje dat ze er even bijdoen, maar een tijdrovende, arbeidsintensieve nevenfunctie. Nabuurs: “Aan ons hoofdstuk alleen al werken we met 15 auteurs, die ik met regelmaat via Skype spreek, maar ook in levenden lijve ontmoet. We hebben elkaar al ontmoet in Edinburgh en in september zien we elkaar in India. Met andere werkgroepen erbij vliegen voor één rapport circa 150 mensen over de hele wereld. Niet heel milieuvriendelijk voor een rapport over klimaatbeleid, maar wel noodzakelijk om consensus te bereiken.”

De planeet Aarde vanuit de ruimte, met zicht op ijskappen. Foto: Shutterstock

De toegenomen aandacht voor klimaatverandering heeft er ook toe geleid dat het schrijven van IPCC-rapporten een grotere klus is geworden dan in het verleden. Biesbroek: “De hoeveelheid wetenschappelijke literatuur is de laatste jaren sterk toegenomen. Dat maakt het een enorme uitdaging om de relevante literatuur mee te nemen in de analyses.”

Het eindresultaat mag er daardoor ook zijn, vindt Biesbroek. “De waarde van het IPCC is dat zoveel wetenschappers zich ermee bemoeien en feiten toetsen. Daardoor krijg je een zeer gedegen en breed gedragen rapport.”

DERTIG JAAR IPCC

Het IPCC bestaat sinds 1988 en is opgericht door net VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Het heeft als opdracht wetenschappelijke gegevens over klimaatverandering te verzamelen en de gevolgen daarvan in kaart te brengen. Het IPCC adviseert daarnaast regeringen over de mogelijkheden voor oplossing van problemen (mitigatie) of over aanpassingen die de gevolgen van klimaatverandering zo goed mogelijk opvangen (adaptatie). De IPCC-rapporten verschijnen om de vijf á zes jaar.

Wilt u meer informatie over de manier waarop WUR de impact van klimaatverandering op de samenleving en ecosystemen onderzoekt, bezoek dan onze website.

Deel dit artikel

Als u een specifieke vraag heeft over dit onderwerp en graag direct met ons in contact wil komen, staat Gert-Jan Nabuurs klaar om uw vragen te beantwoorden. Klik op de button voor contactinformatie.

Volgend artikel

Klimaatambassadeur Bram Bregman: ‘WUR verdient een plek aan de onderhandelingstafel’