COVRIN

Europees alarmsysteem tegen nieuwe corona­varianten

Gezond en veilig voedsel

Viroloog en onderzoeksleider Wim van der Poel werkt namens WUR aan universele state of the art COVID-19 testmethodes. Foto: Wageningen Bioveterinary Research

Geschatte leestijd: 9 minuten


Besmettelijke ziektes? Tot 2020 dachten we hier aan de waterpokken of een (buik)griepje. Toen kwam COVID-19. We zagen hoe snel het virus om zich heen greep en weten daardoor dat nieuwe varianten een constante bedreiging vormen. Vandaar dat Wageningen University & Research in EU-verband werkt aan universele state of the art testmethodes, zodat lidstaten elkaar direct op de hoogte kunnen brengen van een nieuwe uitbraak.

Wim van der Poel – viroloog en onderzoeksleider 'Emerging and Zoonotic Viruses’ bij Wageningen Bioveterinary Research – trekt de kar.

Je staat samen met de Britse universiteit van Surrey aan het hoofd van EU-project COVRIN, wat houdt dat in?

“COVRIN staat voor Coronavirus Research Integration. Het is een netwerkproject: we willen dat de lijntjes tussen de verschillende lidstaten van de EU – en uiteindelijk wereldwijd – zó kort zijn dat nieuwe varianten van COVID-19 meteen worden opgepikt.”

Nu is dat nog niet zo?

“In alle lidstaten wordt getest, steeds vaker met een PCR-test die heel veel informatie geeft over de verspreiding van het virus. Echter niet elk land heeft een dusdanig geavanceerd laboratorium dat de virussen ook heel grondig kunnen worden geanalyseerd. Wageningen University & Research (WUR) loopt – samen met een aantal andere landen zoals Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk – voorop in zogenoemde ‘sequentieanalyses’, waardoor we heel snel weten of er nieuwe varianten rondwaren. Door middel van lab- en dierproeven kunnen we daarna zien hoe zo’n variant zich gedraagt: zorgt hij voor meer celdood, worden de hamsters er zieker van of is er sneller verspreiding? Dan is hij agressiever en dus gevaarlijker.”

Hamsters?

“Ja, hamsters zijn net als mensen vatbaar voor coronavirussen. Ze worden suf, krijgen koorts. Nertsen en katten kunnen ook COVID krijgen, maar koeien bijvoorbeeld niet. Overigens zijn de dierproeven ook heel belangrijk voor het testen van vaccins. We kunnen zien of onze vaccins goed beschermen tegen nieuwe varianten.”

COVID is nu al bijna twee jaar top of mind: in de zorg, wetenschap én bij beleidsmakers

COVID-19 wordt gemakkelijker verspreid door alle reisbewegingen wereldwijd. Foto: Oliverouge 3 / Shutterstock

En, zijn ze bestand?

“Tot nu toe houden de vaccins het heel aardig tegen de tot nu toe rondgaande varianten. Maar dat is geen garantie voor de toekomst. Het is denkbaar dat er op niet al te lange termijn een mutant komt die de vaccins die nu gebruikt worden, weet te omzeilen.”

Hebben jullie daar al wat op bedacht binnen de EU?

“Er ligt nog geen nieuw vaccin klaar voor gebruik, omdat we nu eenmaal niet precies kunnen voorspellen hoe een nieuwe variant eruit ziet. Wel kunnen we met modellen mogelijke scenario’s nabootsen. Ik ben ervan overtuigd dat we in het vervolg veel sneller kunnen handelen. De infrastructuur is enorm veranderd vergeleken met begin 2020. Dat geldt voor de ontwikkeling van nieuwe vaccins: de basis staat al en zeker bij de mRNA-techniek (Pfizer, Moderna, red.) gaat het dan om relatief eenvoudige aanpassingen. Maar ook op beleidsniveau zijn we nu veel beter voorbereid.”

Het zal nu dus niet meer gebeuren dat hier denken: ach, COVID in Italië, zo vlot zal het niet lopen...

“Nee, dat denk ik echt niet. We weten nu zoveel meer over het virus, hoe het zich gedraagt, wat we moeten doen om het in te dammen: lockdowns, zorg opschalen. Bovendien is het nu al bijna twee jaar top of mind: in de zorg, wetenschap én bij beleidsmakers, zowel op nationaal, Europees als mondiaal niveau. Die urgentie zie ik dagelijks bij de bestaande netwerken waarin ik zit, zoals bij het One Health European Joint Programme (OHEJP), die organisatie bestaat al jaren en trekt nu het COVRIN-project.”

Een PCR-test geeft veel informatie over nieuwe varianten en de verspreiding van het virus. Foto’s: Shutterstock

Maar als er straks in Oost-Europa een zeer agressieve variant opduikt, vangen we die op tijd?

“Als daar de testfaciliteiten – in het bijzonder de labs om varianten te typeren – nog zo beperkt zijn als nu zullen we die mutant iets later vangen dan als de variant in Nederland of Duitsland opduikt. Maar ook dit is relatief: een variant die je vindt in noem maar Bulgarije kan ook uit Duitsland komen. Het detecteren is een gezamenlijke inspanning. En we werken er nu keihard aan dat alle landen – dus ook in Oost-Europa - een slag maken in hun test- en analysefaciliteiten.”

En als het niet in de EU maar weer ergens in Azië ontstaat? Krijgen we dat dan wel te horen?

“Dat is lastiger. Zeker in het geval van China. Een van de doelen van COVRIN is om te achterhalen hoe COVID-19 precies is ontstaan, maar we krijgen geen beschikking over de eerste virussamples uit China. Dus komt het van vleermuizen? Ja, daar is nu wel consensus over. Maar welke route het virus heeft afgelegd richting mens, daar komen we simpelweg niet achter. We verwachten dat China ook in de toekomst niet scheutig zal zijn met het delen van informatie. Maar virussen houden zich niet aan landsgrenzen en nieuwe virussen zullen dus binnen no time elders worden opgepikt. Als we op EU-niveau dan meteen aan de bel trekken, zijn we er in elk geval snel bij.”

Er zijn nogal wat projecten over COVID-19 vanuit de EU, maar ook ERRAZE van WUR zelf. Is dat niet een beetje veel?

“Het zorgt voor veel werk. Maar dat is terecht. COVRIN is specifiek gericht op coronavirussen, op beheersing van de huidige pandemie en betere voorbereiding op nieuwe varianten. Met ERRAZE (Early Recognition and Rapid Action in Zoonotic Emergencies, red.) kijken we verder, zodat we nieuwe zoönosen sneller in de gaten hebben en op die manier een pandemie kunnen voorkomen. Want COVID zal niet de laatste uitbraak zijn: mens en dier leven steeds dichter op elkaar, de aarde warmt op waardoor ziekte-overdragende insecten uit warme landen in koudere regionen kunnen overleven en we verspreiden het makkelijker door alle reisbewegingen wereldwijd.”

Welke route het virus heeft afgelegd richting mens, daar komen we simpelweg niet achter

Het virus komt van vleermuizen, maar welke route het heeft afgelegd richting de mens is onduidelijk. Foto: Shutterstock

Klinkt onheilspellend. Zijn we voorbereid, ook als het gaat om een virus dat bijvoorbeeld niet via de lucht overdraagbaar is?

“Belangrijk punt. Stel dat het om een virus gaat dat via voedsel wordt overgedragen, heb je een heel ander beeld. Máár, de inmiddels alom bekende PCR-test kan ook in dergelijke ziekte-overdragende materie het virus detecteren. Die kennis hebben we inmiddels in Nederland en op veel meer plekken in Europa. Hopelijk als COVRIN – een tweejarig project – is afgelopen is die kennis en techniek EU-breed aanwezig. Overigens red je het niet alleen met high tech testmethodes, ook de maatschappij heeft een belangrijke signaleringsfunctie: zo zien boeren en natuurbeheerders van dichtbij als dieren ziek worden. En huisartsen hebben die eerste confrontatie met zieke mensen. Ik heb er alle vertrouwen in dat zij opmerkzaam zijn en melding maken bij instellingen als het RIVM.”

Aan COVRIN nemen in totaal zestien landen deel, soms met meerdere kennisinstellingen per land. Hoe leidt je dat een beetje in goede banen?

“Tsja, dat is een uitdaging, maar de neuzen staan dezelfde kant op. Wat met name lastig is: hoe delen we data met elkaar? Elk land heeft eigen digitale systemen en registreert onderzoeksgegevens anders: dat belemmert betrouwbare uitwisseling. Er is binnen COVRIN inmiddels een dataexpert die zich fulltime bezig houdt met die synchronisatie.”

Is het als vooraanstaand viroloog niet een beetje frustrerend dat COVID-19 plots zóveel onderzoek op jouw werkterrein mogelijk maakt?

“Nee, eigenlijk niet. Ik ben blij met die aandacht en onderzoekskansen. Het levert ons alleen wel enorm veel extra werk op. Terwijl we hier natuurlijk ook nog onderzoek doen naar veel meer andere ziekteverwekkers en zoönosen. Van de Afrikaanse varkenspest tot vogelgriep. Voor COVID-19 was ik bijvoorbeeld heel druk met hepatitis E-besmettingen bij varkens, die ook op de mens kunnen worden overgedragen via vleesconsumptie. Het verspreidt veel minder hard dan een luchtwegvirus, maar het heeft óók onze aandacht nodig. Het zou mooi zijn als we de Europese samenwerking op COVID-19 kunnen vasthouden in de toekomst én kunnen uitbreiden naar een wereldwijd netwerk. Waarin we kennis uitwisselen en met één druk op de knop realtime alarmeren.”

Europese onderzoekscontext

Coronavirus Research Integration (COVRIN) draagt bij aan de volgende Europese beleidsuitdagingen:

  • One Health samenwerking op gebied van coronavirussen
  • Beter voorbereid zijn op nieuwe potentiële epidemische bedreigingen van coronavirussen
  • Onderkennen van de factoren die bijdragen aan de opkomst en de verspreiding van coronavirussen
  • Bepalen van de risico’s van de verspreiding van coronavirussen

Betrokken groepen vanuit Wageningen University & Research: Wageningen Bioveterinary Research Betrokken Europese landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden

Looptijd: 2021 – 2023

Deel dit verhaal