DE KLIMAATADAPTIEVE STAD

Stenen eruit, groen erin

Foto: Shutterstock

DOOR Inge Janse | KENNISONLINE 2019


Het is een opmerkelijke paradox. Enerzijds levert het tekort aan voldoende schoon water steeds vaker grote problemen op in steden, anderzijds zorgt klimaatverandering ervoor dat er steeds vaker wateroverlast is. Tim van Hattum, programmaleider ‘Klimaat’ van Wageningen University & Research, vertelt aan de hand van 5 stellingen hoe we via groene oplossingen én slimme technologie water kunnen veranderen van vijand naar vriend.

1. Er is zowel een tekort als een overschot aan water

“Veel bestaande steden zijn ontworpen om water zo snel mogelijk de stad uit te krijgen. Traditioneel zagen stedenbouwers water als iets waar we vanaf moeten. Maar er trekken steeds meer mensen naar de stad. De watervoorziening ligt vaak ver weg en er is ook veel water nodig voor landbouw, industrie en energievoorziening via stuwdammen. Dat heeft ertoe geleid dat in 1 op de 4 steden sprake is van een serieus watertekort.”

“Kaapstad had de afgelopen drie jaar een groot watertekort door extreem weinig regen. In 2018 ging de stad richting day zero, de dag dat het waterreservoir leeg zou zijn. Heel de stad moest op een waterrantsoen van 50 liter per dag per persoon, met boetes voor misbruik en er waren campagnes over waterbesparing. Het werkte: de dag dat er geen drinkwater meer zou zijn werd net op tijd voorkomen.”

“Daarnaast zorgt klimaatverandering voor extremer weer: het ene moment is er te veel regen, het andere te weinig. De afgelopen tien jaar zagen we wereldwijd bijvoorbeeld een enorme toename van het aantal wolkbreuken, een probleem dat in de toekomst nog vele malen groter wordt. In steden, die soms tot wel 90 procent uit bestrating, asfalt en andere verharding bestaan, kan het water niet door de bodem opgenomen worden. De riolering kan niet overweg met dergelijke hoeveelheden. Het gevolg is dat straten onder water komen te staan.”

Het Benthemplein in Rotterdam is een waterplein; bij droog weer is het een plek om te basketballen en te skaten, bij zware regenval fungeert het plein als waterbassin.

Foto: David Rozing, Hollandse Hoogte

2. Water is geen afval, maar waardevolle grondstof

“Elk stadsbestuur wil de stad vergroenen. Het draagt enorm bij aan de leefbaarheid van steden en de aantrekkingskracht voor bedrijven. Groen draagt ook bij aan een klimaatbestendiger waterbeheer: niet zo snel mogelijk afvoeren, maar elke druppel in de stad bewaren. Zo kun je een stad inrichten als een spons, waarbij je de regen opvangt op de plek waar zij valt, of het nou je tuin, dak of straat is. Kan dat niet, dan moet je groene zones maken waar water samenkomt en vastgehouden wordt, zoals een waterplein.”

‘Klimaatverandering zorgt voor extremer weer: het ene moment is er te veel regen, het andere te weinig’

3. De overstap naar een groene stad kent vele drempels

“Vaak bekijken we steden nog civiel-technisch, waarbij we water de baas willen zijn via buizen in de grond. Gelukkig komt er een kentering in dat oude denken, iets dat versneld wordt door het klimaatprobleem. Een andere barrière zijn de kosten, want water vasthouden in plaats van afvoeren kost geld. Idealiter gaat er daarom budget van de gemeenteafdeling riolering naar de afdeling groenbeheer, want met meer groen is er minder riolering nodig. Maar er staan schotten tussen de financiële potjes, en afdelingen denken nog in hokjes. We moeten dus veel meer naar integrale concepten voor waterbeheer in de stad.”

“Er is ook veel vraag naar kennis over groen. Hoe effectief is groen exact? Welk type groen kun je het beste plaatsen? Moet je bijvoorbeeld vol inzetten op bomen, omdat zij schaduw geven en water laten verdampen? En hoe kan groen het beste bijdragen aan meer biodiversiteit? WUR is al lange tijd bezig met het belang van groen in de stad voor natuur, biodiversiteit en mensen. Mensen worden namelijk gelukkiger, rustiger, gezonder en minder gestresst van groen.”

WUR-onderzoeker Tim van Hattum laat wat mooie voorbeelden zien van slimme stadsontwikkeling in eigen land.

4. Niet alleen de overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen

“Bouwers en landschapsarchitecten moeten goed nadenken hoe zij steden klimaatadaptief en natuurinclusief ontwerpen en bouwen. Wat zij neerzetten staat er voor 100 jaar of langer. Maar de bouw heeft al veel opgaven. Het moet circulair, energieneutraal en veilig, en dan komt er opeens nog ‘klimaatbestendig’ bij door de inzet van veel groen. Aan de andere kant kun je als bouwer het verschil maken door juist integraal te denken.”

“Er ligt ook een grote kans, want Nederland kent een bouwopgave van 1 miljoen nieuwe huizen tot 2030, en veel daarvan komen in de stad. Het is de kunst om bij die opgave, elke keer dat de schop de grond in gaat voor nieuwe huizen of nieuwe riolering, na te denken over een slim, natuurinclusief en klimaatbestendig ontwerp van de nieuwe stad. Elke keer dat je nu de boot mist, moet je minimaal 40 tot 50 jaar wachten tot je een nieuwe kans krijgt.”

5. Nederland mag wel een groen tandje bijzetten

“Internationaal loopt Nederland nog niet voorop. Mijn favoriete voorbeeld is Singapore, een stadstaat zonder grote eigen watervoorziening. Het bestuur heeft daarom gezegd: we maken van onze stad een natuurgebied, zodat de waarde van elke druppel water die valt maximaal benut wordt. Daarbij is veel technologie ontwikkeld, zoals zelfs rioolwater weer drinkbaar te maken.”

DakAkker in Rotterdam, een dak met een terras en stadslandbouw. Foto: Shutterstock

Gardens by the Bay, een natuurpark in Singapore. In Singapore wordt elke waterdruppel die valt maximaal benut. Foto: Shutterstock

“Maar het is zeker niet mijn bedoeling om een grote tragedie neer te zetten, want er zijn al veel mooie voorbeelden in eigen land. Samen met veel andere partijen is WUR bijvoorbeeld bezig met Operatie Steenbreek. Dit programma stimuleert mensen om stenen in hun tuinen te vervangen door groen. Dat moet ook wel, want in het nieuwe ontwerp van de stad is er voor tegeltuinen geen plaats meer.”


“In veel plekken in Nederland is ook aandacht voor groene daken, daken met begroeiing die regenwater opvangen. In Rotterdam heb je bijvoorbeeld de DakAkker, een dak met een terras en stadslandbouw.”


“Voor Arnhem hebben we een pilotproject gedaan met smart water management, nadat de stad in 2014 te lijden had onder zeer zware regenbuien. Aan de rand van de stad is nu een waterbergingsgebied. Regent het hard, dan wordt het water daar geparkeerd. Het is zonde om dat water in de Linge te laten stromen, want in droge periodes heb je het juist nodig. Via slimme sensoren en weersverwachtingen hebben we een model gemaakt dat voorspelt wanneer het gaat regenen. Komt er een bui, dan leegt de waterberging zichzelf, zodat de bergingscapaciteit maximaal is. Die aanpak is in het klein ook mogelijk op groene daken.”

‘Het is de kunst om, elke keer dat de schop de grond in gaat, na te denken over een slim ontwerp van de nieuwe stad’

“Dat soort groene maatregelen, die maximaal bijdragen aan het leefbaarder maken van de stad en gebruikmaken van slimme technologie voor waterbeheer, is waar we veel meer naartoe moeten. Daarover zijn nog heel veel vragen. Want wat zijn de kosten en baten? Welke boomsoorten gedijen in het nieuwe klimaat? En hoe betrek je burgers? Voor die en vele andere vragen is nieuw onderzoek nodig.”


Lees meer over Wagenings onderzoek naar de klimaatadaptieve stad

KennisOnline betreft onderzoek van Wageningen University & Research dat wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Deel dit artikel

Lees het volgende artikel

Fosfaat op maat | Fosfaatonderzoek