KLIMAAT

Hoe boeren broeikasgassen kunnen verminderen

Beeld: Shutterstock

DOOR René Didde | KENNISONLINE 2019


Nederlandse boeren en andere landgebruikers zullen jaarlijks 3,5 miljoen ton minder broeikasgassen moeten uitstoten om bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. Wageningen University & Research onderzoekt de mogelijkheden.

Trots toont pluimveehouder Johan Verbeek een weiland waarop hij tweehonderd notenbomen heeft geplant. De nu nog schriele staken vullen een deel van de ruimte waarop zijn 16 duizend vrijeuitloopkippen kunnen bewegen. “De kip is oorspronkelijk een bosvogel”, zegt Verbeek. “Als er eenmaal een notenbos staat, zullen ze een paar honderd meter verder van de stal lopen dan ze nu doen. Ze bewegen meer en verspreiden tegelijk de mest over een groter gebied”, verwacht de boer.


De aanplant van bossen is een van de beproefde middelen om klimaatverandering tegen te gaan. Zo legt het notenbosje van boer Verbeek straks acht tot negen ton CO₂ per hectare per jaar vast. Een fractie van de 3,5 miljoen ton uitstoot van broeikasgassen die Nederland de komende tien jaar moet verminderen. Maar het is een begin, zegt de Wageningse hoogleraar Europese bossen, Gert-Jan Nabuurs. “We denken dat we de CO₂-vastlegging van bossen in Nederland met de helft kunnen vermeerderen, door actief ingrijpen”, vertelt Nabuurs. Bijvoorbeeld door op sommige locaties die minder CO₂ opnemen de bossen te verjongen, en op locaties met veel essensterfte meer robuuste soorten als fladderiep en ratelpopulier te introduceren.

Bij de gemeentebossen in Venray wordt nieuw bos aangelegd om broeikasgas-emissie terug te dringen.

49 procent minder broeikasgas in 2030

Nederland moet in 2030 jaarlijks 49 procent minder broeikasgas uitstoten dan in 1990; een afname van 220 miljoen ton per jaar naar 113 miljoen ton. Met geld van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is WUR in 2018 tientallen proefprojecten gestart om te kijken welke maatregelen zouden kunnen werken om de uitstoot van broeikasgassen te beteugelen. WUR coördineert alle projecten voor de sector Landbouw en Landgebruik. Daaronder valt bos- en natuurbeheer, zoals het bosonderzoek van Nabuurs. Maar ook landgebruik, veehouderij en kasteelt.

Een akkerbouwer ploegt zijn land in Espel, Flevoland. Foto: Shutterstock

De glastuinbouw experimenteert volop met nieuwe, duurzame energiebronnen. Foto: Shutterstock

De Wageningse bodemspecialist Peter Kuikman van Wageningen Environmental Research schat dat door beter landgebruik een miljoen ton CO₂ is vast te leggen en vast te houden. De bodem is een flinke voorraadkast waaraan koolstof als organische stof wordt toegevoegd door plantenresten, dode wortels, compost en mest. “Een deel van die koolstof ontsnapt in de vorm van CO₂ doordat micro-organismen de voorraad afbreken. Voor een deel is dat onvermijdelijk en bovendien nuttig, omdat daardoor ook voedingsstoffen als stikstof en fosfaat beschikbaar komen voor de plant”, aldus Kuikman. Maar voorkomen moet worden dat koolstof onnodig wordt afgebroken. Kuikman onderzoekt de mogelijkheden daartoe.

‘In theorie kan met voermaatregelen de uitstoot van methaan bijna halveren’

Op de hogere zand- en kleigronden kunnen akkerbouwers nu al een bijdrage leveren door minder vaak en minder diep te ploegen, waardoor minder organische stof aan zuurstof wordt blootgesteld en dus minder CO₂ ontstaat, zegt Kuikman. Een verhaal apart zijn de laaggelegen veenweidegebieden, voornamelijk voor melkveehouderij, waaruit jaarlijks vier tot vijf miljoen ton CO₂ ontsnapt. Dat aanpakken lijkt een dankbaar project in de CO₂-tonnenjacht, maar het heeft ingrijpende gevolgen voor de veehouderij, aldus Kuikman. “Boeren moeten de grondwaterstand verhogen waardoor het veen natter blijft en dus minder oxideert, waardoor er minder CO₂ vrijkomt. Maar dat leidt tot minder koeien, nattere percelen en uiteindelijk een minder open landschap.”


Op verschillende plaatsen in Friesland en in het Groene Hart wordt al voorzichtig geëxperimenteerd met een hoger grondwaterpeil. “Ons onderzoek moet straks een set van maatregelen opleveren die per bodemsoort en bedrijfstak het meest effectief zijn.”

Nederland moet in 2030 jaarlijks 49 procent minder broeikasgas uitstoten dan in 1990. Foto: Shutterstock

De koe is een belangrijke klimaatboosdoener. “Vooral door de uitademing van methaan is de koe voor meer dan 65 procent verantwoordelijk voor de bijdrage van de veeteelt aan klimaatgassen”, zegt Leon Šebek, projectleider diervoeding bij Wageningen Livestock Research. Methaan is een zeer sterk broeikasgas – 25 keer zo sterk als CO₂ – en komt vrij bij de vertering van voer in de pens. Het methaan ontsnapt bij de koe voor ongeveer 20 procent via mest, en voor 80 procent via bek en neus.


Onderzoekers hebben vijf jaar lang de stofwisseling en mest- en urineproductie gemeten in relatie tot verschillende soorten veevoer. Šebek denkt dat de methaanemissie van opgevangen mest tot bijna nul kan afnemen door de mest nog beter op te vangen, af te dekken en vervolgens te vergisten tot biogas.

Uitstoot halveren door voermaatregelen

De uitstoot via neus en bek is een lastiger vraagstuk. “Technisch kan de uitstoot door voermaatregelen bijna halveren, in de praktijk zullen we voorlopig blij moeten zijn met een afname van 20 tot 25 procent”, denkt de veevoer-onderzoeker. “Daarvoor is de kwaliteit van ruwvoer belangrijk. Als melkveehouders koeien jong gras geven, maken de micro-organismen in de pens minder methaan aan. Dat doen ze ook als de koe zetmeelrijk voer zoals mais krijgt voorgeschoteld”, aldus Šebek. Dat betekent sneller maaien en ook jong gras gebruiken om in te kuilen voor de winterse voedselvoorraad.

Šebek verwacht binnen vijf jaar ook resultaten van een andere route. Hij verricht onderzoek naar de nu nog onverklaarbare verschillen in methaanproductie tussen koeien. “Vermoedelijk ligt dat aan verschillen in de micro-organismen in de koeienmaag. Als we de minst methaanproducerende van het tiental soorten micro-organismen in de koeienmaag kunnen ontdekken en die voor ons laten werken door bijvoorbeeld aanpassingen in voer, daalt de methaanemissie. Een andere vraag is of het dier zich kan aanpassen. Als dat zo is, zou de weg vrijkomen voor een fokprogramma voor een ‘methaanarme koe’.”

BRAM BREGMAN, KLIMAATAMBASSADEUR

Zorgwekkend. Dat vindt Bram Bregman, klimaatonderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen en sinds november klimaatboegbeeld voor Wageningen University & Research, de ontwikkeling van de emissiereductie. “Nederland zegt de emissiereducties op te willen schroeven, maar in werkelijkheid stijgen de emissies in Nederland, en wereldwijd. Zo passeren we niet in 2040 maar mogelijk al in 2030 de 1,5 gradengrens.”

Is het mogelijk om de methaanuitstoot te verlagen door koeien ander voer te geven?

Voorheen golden kassen als aardgasslorpers van formaat, maar stukje bij beetje komt de kas als energiebron – het gelijknamige onderzoeksprogramma van het Ministerie van Landbouw uit 2008 – dichterbij, zegt Frank Kempkes, onderzoeker tuinbouwtechnologie bij Wageningen Plant Research in Bleiswijk. “In gangbare kassen hangen gordijnen waarmee veel warmte wordt binnengehouden. Ook wordt warmte uit de uitgaande ventilatielucht teruggewonnen en steeds meer doet de warmtepomp zijn intrede als gasloze warmtebron”, somt Kempkes op. De emissies namen met een derde af tot 4,4 miljoen ton CO₂ per jaar, ondanks een verdubbeling van productie per oppervlak.

Stukje bij beetje komt de kas als energiebron dichterbij

De sector experimenteert ook volop met nieuwe, duurzame energiebronnen als geothermie, waarbij warmte tot op drie kilometer diepte uit de aarde wordt geoogst. Kempkes denkt dat een gasloze kas haalbaar is en ook betaalbaar wordt. Maar er is een belangrijke hobbel. “Voor de jaarrondteelt van bloemen en kasgroenten is de beschikbaarheid van licht in de wintermaanden de beperkende productiefactor. We werken uiteraard met energiezuinige ledlampen, maar er zal te allen tijde elektriciteit nodig zijn, ook voor de warmtepomp.” Groene bronnen zijn daarvoor vooralsnog beperkt, zegt Kempkes, maar mogelijk is het interessant om te onderzoeken of het kassenareaal kan worden voorzien van opslagmogelijkheden om de grote hoeveelheden stroom op te slaan die ’s nachts door windparken op zee wordt geproduceerd.

KennisOnline betreft onderzoek van Wageningen University & Research dat wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Deel dit artikel

Lees het volgende artikel

Online en offline de natuur beleven | Mens en natuur