MENS EN NATUUR

Interview met ruraal socioloog Bas Breman

Online en offline de natuur beleven

Foto: Judith Jockel

DOOR Didi de Vries | KENNISONLINE 2019


Hoe mensen zich tot natuur verhouden verandert. Steeds meer voelen mensen zich onlosmakelijk met de natuur verbonden. Deze visie vormt het uitgangspunt van de huidige Natuurverkenning.

Ruraal socioloog Bas Breman, werkzaam bij Wageningen Environmental Research, zag het onder andere in sociale media over de discussie over bijvoeren van dieren in de Oostvaardersplassen vorig jaar. In gesprekken met boeren en mensen die actief zijn in beheer en behoud van natuur kwam het ook naar voren: de natuur wordt gezien als iets dat van waarde is, beschermd moet worden en om actie van mensen vraagt.


Breman gebruikt deze manier van denken over de natuur als uitgangspunt voor de huidige Natuurverkenning. Dat is een onderzoek in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat verschillende toekomstscenario’s voor natuur vergelijkt. De verkenning levert nieuwe inzichten op over natuur en dient als inspiratiebron voor overheden en andere beleidsmakers.

U bent nu anderhalf jaar bezig. Wat is u in die tijd opgevallen?

“We zien een verschuiving in de manier waarop mensen naar natuur kijken. Er is steeds meer aandacht voor een sociaalecologisch perspectief, het idee dat alles op aarde onderdeel is van ecosystemen; mensen, steden en technologie inclusief. In deze ecosystemen hebben we te maken met planetary boundaries: we moeten binnen de kritische grenzen van de aarde een balans vinden waarin een menswaardig bestaan mogelijk is. Denk aan CO₂-uitstoot; met teveel CO₂ in de atmosfeer stijgt de temperatuur en dat verstoort ecosystemen. Of biodiversiteit. Die loopt zo hard achteruit dat het een acute dreiging vormt voor ons eigen voortbestaan. Ontwikkelingen in een stad en een natuurgebied hangen met elkaar samen. Vanuit dat perspectief is het logisch dat je de natuur betrekt in stedelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld met groene daken, natuur-inclusief bouwen en groene bedrijfsterreinen.”

WUR-onderzoeker Bas Breman legt uit hoe de natuur wordt betrokken bij stedelijke ontwikkeling.

“Lange tijd waren er twee dominante visies over natuurbeleving. Eentje ging uit van een scheidingsgedachte. Op de ene plek is er natuur en de andere plek is voor andere ontwikkelingen zonder natuurdoelen, zoals een stad. Je wijst aan welke gebieden natuur zijn en beschermd moeten worden, en dat is dat. Het is een gedachte die steeds vaker ter discussie wordt gesteld.”

‘Ontwikkelingen in een stad en een natuurgebied hangen met elkaar samen’

“De andere visie is van de laatste tien tot vijftien jaar en gaat over ‘ecosysteemdiensten’. Dit concept is weliswaar opgekomen om natuurbeleid te versterken maar heeft het risico dat we gaan shoppen in de natuur; we gebruiken natuur alleen als het ons uitkomt. Denk bijvoorbeeld aan bomen in een stad om de luchtkwaliteit te verbeteren. Of we gebruiken natuur als een stukje schaamgroen; bloemrijke akkerranden waar insecten bloemen kunnen bestuiven, terwijl we op de akker insecticiden spuiten.”

De natuur wordt gezien als iets dat van waarde is en om actie van mensen vraagt. Foto: Shutterstock

Waar lopen jullie als onderzoekers tegenaan?

“Op internationaal niveau is er al veel meer onderzoek gedaan naar de grenzen van ecosystemen op onze aarde. Kijk naar het klimaatakkoord. Daarin staat, op grote schaal, wat we ons kunnen permitteren. Aan ons de taak deze limieten om te rekenen naar lokaal niveau. Dat is lastig, want wat betekent een maximale Europese CO₂-uitstoot voor een Nederlandse veehouder met honderd koeien?”

De onderzoekers proberen dat op te lossen door vooral veel te kijken naar de huidige praktijk. Breman: “Er is bijvoorbeeld veel aandacht voor natuurinclusieve vormen van landbouw, waarbij boeren niet alleen gebruik maken van de natuur maar ook weer actief investeren in het versterken van het ecosysteem.

Er zijn bijvoorbeeld boeren die de natuur actief betrekken in hun bedrijf door koeien in een natuurgebied te laten grazen. Wij willen weten wat het effect daarvan is, of andere boeren die strategie kunnen overnemen en of we daarmee aan de landelijke en mondiale limieten kunnen voldoen.”

Verschillende visies op natuurbeleving.

Infographic: Natasha de Sena

DE NATUURVERKENNING

Wettelijk is afgesproken dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) elke vier jaar een natuurverkenning maakt in samenwerking met andere onderzoeksinstellingen zoals Wageningen University & Research.


Met Natuurverkenning ondersteunt het PBL de politieke en maatschappelijke discussie over de toekomst van natuur en het natuurbeleid in Nederland. Dat gebeurt door debatten op gang te brengen en nieuwe beleidsopties aan te kaarten in bijvoorbeeld workshops, lezingen en rapporten. De Natuurverkenning waar Bas Breman aan werkt, eindigt in 2021.

Ook online kun je nieuwe natuurervaringen opdoen.

Foto: Shutterstock

Wat zijn nu belangrijke vervolgstappen voor de Natuurverkenning?

“De komende tijd gaan we praten met organisaties die met natuur, landbouw of stedelijke ontwikkelingen bezig zijn. Ik ben benieuwd wat we daar aantreffen; enthousiasme, weerstand, onbegrip. Er zijn mensen die vinden dat we eerst maar eens onze bestaande natuurdoelen moeten halen voordat we het huidige natuurbeleid ter discussie stellen. Anderen vinden de sociaalecologische visie te vaag of te soft. Omdat we ook andere scenario’s onder de loep nemen, geeft de Natuurverkenning ruimte om daarover met elkaar in discussie te gaan.”

Bent u persoonlijk betrokken bij dit project?

“Natuurlijk zit er voor mij een persoonlijke drive en overtuiging in, anders zou ik het niet doen. We komen verrassende deelonderwerpen tegen die we in meer of mindere mate uitdiepen voor de verkenning. Zelf ben ik geïntrigeerd door de relatie tussen natuurervaring tijdens de jeugd en betrokkenheid bij natuur door ouderen. Tijdens de jeugd wordt een kiem gelegd voor natuurbeleving op latere leeftijd. Tegenwoordig hoor je dat jongeren de natuur niet meer in gaan; ze wonen in de stad, spelen niet buiten, zijn alleen maar aan het gamen. Het doembeeld dat daar mee samenhangt is dat van extinction of experience, het uitsterven van natuurervaringen.”

‘Misschien helpt een virtual reality-bril met een natuurwandeling het genezingsproces als je je bed niet uit kunt’

“Maar er is een andere kant aan dit verhaal. Er zijn games met natuurbeelden, op YouTube en Netflix staan prachtige natuurfilms, in 360 graden en zelfs 3D. Je kunt via webcams in de Veluwe online wild observeren. Er zijn heel veel mensen die dat bekijken en het levert nieuwe natuurervaringen op die ook kunnen bijdragen aan een nieuw gevoel van verbondenheid met de natuur. In het verleden ontdekten collega’s dat uitkijken op natuur in plaats van een stenen muur herstel vanuit een ziekenhuisbed bevordert. Misschien helpt een virtual reality-bril met een natuurwandeling het genezingsproces als je je bed niet uit kunt. Op die manier beïnvloeden de online en digitale wereld de offline praktijk. Uit de sociale media analyse van de discussie over de Oostvaardersplassen bleek dat ook. De online discussie zorgde er mede voor dat de dieren werden bijgevoerd en het beheer werd bijgesteld. Dat is fascinerend.”

KennisOnline betreft onderzoek van Wageningen University & Research dat wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Deel dit artikel

Lees het volgende artikel

Kruidenkracht voor het vee | Dierenwelzijn