NATUURHERSTEL

Schrale grond, rijk aan biodiversiteit

Havelterberg in Drenthe. Foto: Hans Dekker

DOOR Kenneth van Zijl | KENNISONLINE 2019


Het gaat slecht met de heischrale graslanden in Nederland, heel slecht. Tussen de 30 en 40 hectare is wat er nog van rest. En dat terwijl ze van onschatbare waarde zijn voor de biodiversiteit. Friso van der Zee, onderzoeker bij Wageningen University & Research, maakt zich hard voor herstel van dit unieke type natuur.

“De Kleine Startbaan in Drenthe is het rijkste heischrale grasland van Nederland. Daar vind je wel veertig verschillende plantensoorten op een stukje van twee bij twee meter, dat is geweldig! Natuurliefhebbers die dat zien gaan helemaal uit hun dak, echt waar”, vertelt Van der Zee.

“Heischraal grasland wordt gedefinieerd door de aanwezigheid van een aantal kenmerkende plantensoorten die erin voorkomen. Groeit er bijvoorbeeld valkruid, kleine schorseneer, tandjesgras en liggende vleugeltjesbloem, dan spreken we over heischraal grasland. Ze zijn eeuwen geleden door mensenhand ontstaan. Door het kappen van bossen en het afschrapen van de voedselrijke bovenlaag om voedselarme akkers te bemesten, ontstonden er hele schrale gronden. Na verloop van tijd ontstond er een heel bijzondere habitat met planten- en insectensoorten, zoals de aardbeivlinder en de veldkrekel, die nergens anders voorkomen.”

De Havelterberg in Drenthe is zo’n heischrale grasland en is beroemd vanwege de plantensoorten die er groeien.

“Uit onderzoek blijkt dat de bodemchemie ontzettend belangrijk is voor vegetatie van heischrale graslanden. De zuurgraad van de bodem moet schommelen ergens tussen de pH5 en pH6. In Nederland hangt echter een ammoniakdeken boven het land. Door de grote hoeveelheden mest die door intensieve landbouw wordt geproduceerd, verzuurt de bodem en wordt tevens te voedselrijk. Het klinkt voor een leek misschien gek, maar te veel voedsel in de bodem is een ramp voor de biodiversiteit. Sommige plantensoorten, zoals brandnetel, profiteren van grote hoeveelheden stikstof uit de mest terwijl andere soorten er niet tegen bestand zijn.”

‘Het klinkt voor een leek misschien gek, maar te veel voedsel in de bodem is een ramp voor de biodiversiteit’

“Plantensoorten die de lage pH-waarden van de verzuurde grond niet verdragen, verdwijnen”, aldus Van der Zee. “En met het verdwijnen van de planten, verdwijnen ook insecten die zo ongelooflijk belangrijk zijn voor de afbraak van organisch materiaal, voor bestuiving en voor verspreiding van plantensoorten.”

“Die bodemverzuring is overigens geen nieuw verschijnsel. Zo’n 25 jaar geleden, toen we te maken hadden met zure regen ten gevolge van de uitstoot van zwaveldioxide, zijn al proefvelden bekalkt. Hierdoor ging de pH-waarde van de grond omhoog. Daar zie je nog steeds een rijkere vegetatie dan buiten de proefvakken. De zwaveldioxide-uitstoot door uitlaatgassen is inmiddels vrijwel nihil. Nu hebben we te maken met verzuring door de ammoniak uit het mestoverschot. Die verzuring gaat langzamer dan die door zwaveldioxide, maar na ruim 50 jaar is de grens bereikt van wat veel bodems qua buffering aankunnen. Een uniek landschap dat door mensenhand is gecreëerd, dreigt nu dus door diezelfde menselijke invloed te verdwijnen. Tenzij we actie ondernemen.”

Aardbeivlinder. Foto: Shutterstock

“Heischraal grasland is een habitat met een beschermde status. Nederland heeft zich met het Natura2000 verdrag gecommitteerd om dit landschap te beschermen en zelfs uit te breiden. De Nederlandse overheid heeft zich verbonden aan Europees beleid van het Natura2000 verdrag. Daarin staat dat elke lidstaat z’n stinkende best moet doen om natuurgebieden te beschermen en zelfs uit te breiden. Als Nederland zich niet aan dat verdrag houdt, staat de Europese Commissie hier op de stoep”, aldus Van der Zee.

Actieplan Redding Heischrale Graslanden

“Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betaalt mij om het actieplan Redding Heischrale Graslanden te coördineren. Het actieplan bestaat er onder andere uit om te onderzoeken hoe de bodem zodanig is te beïnvloeden, dat de voor heischrale graslanden typische vegetatie erop kan groeien. Dat doen we in samenwerking met Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de provinciale landschappen die heiden en graslanden bezitten.”

Nepvliegveld wordt rijk heischraal grasland

De Kleine Startbaan in Drenthe is het rijkste heischrale grasland van Nederland. In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers hier een nepvliegveld gebouwd om de geallieerden te misleiden. De Duitsers gebruikten dikke pakketten leem om de startbaan te bouwen. Die leemlaag zorgt ervoor dat de ‘ammoniakdeken’ geen vat heeft op de zuurgraad van de bodem. Met andere woorden, de buffercapaciteit om de verzuring op te vangen is groot.


Van der Zee: “De Kleine Startbaan is echter een uitzondering; op de meeste heischrale graslanden is de natuurlijke buffercapaciteit van de bodem niet zo groot en heeft de verzuring toegeslagen met het verdwijnen van soorten tot gevolg.”

Luchtfoto van de Kleine Startbaan in Drenthe. Foto: Hollandse Hoogte

“We zoeken naar methodes om de bodemchemie optimaal voor heischrale graslanden te krijgen en te houden. Dat zijn langjarige experimenten om uit te zoeken wat een juiste behandeling is”, vertelt Van der Zee. “Naast kalk experimenteren we nu ook met steenmeel. Dat is eigenlijk gemalen rots. Onderzoek heeft aangetoond dat heischrale graslandvegetatie ook bepaalde sporenelementen nodig heeft, zoals magnesium. En dat zit onder andere in steenmeel. De eerste resultaten zijn echt bemoedigend te noemen.”

Steenmeel voor meer biodiversiteit

“In Brabant hebben we samen met onderzoeksinstituut B-Ware 25 proefveldjes ingericht op een terrein van Natuurmonumenten waarin verschillende hoeveelheden en soorten steenmeel zijn uitgestrooid. We zijn nu een paar jaar verder en je ziet voorzichtig plantensoorten opkomen die typerend zijn voor heischraal grasland, zoals Tormentil en Mannetjesereprijs. Het zijn experimenten van lange adem, maar het werkt wel. Dat is wel leuk hoor! Nee, ik ben geen actievoerder, dat zit gewoon niet in mijn karakter. Ik wil wél enthousiasmeren door te laten zien dat de biodiversiteit toeneemt als je op een andere manier het land beheert.”

Rozenkransje. Foto: Shutterstock

“Kijk, er komt een punt, ben ik bang, dat de biodiversiteit zo sterk afneemt dat wij mensen echt de problemen gaan ondervinden”, vertelt Van der Zee. “Het is heel simpel, als er plantensoorten verdwijnen, verdwijnen er insecten. Zonder insecten, geen bestuiving. En vergis je niet, een groot deel van onze voedselproductie is afhankelijk van bestuiving door insecten. En ze vormen ook een belangrijke voedselbron voor vogels. Kortom, je vernietigt een natuurlijk ecosysteem. Dat kan niet eindeloos zo doorgaan. En de ellende is dat als je er verstand van hebt, je het voor je ogen ziet gebeuren. Maar voor de gemiddelde Nederlander is een koe in de wei al natuur. Dus moeten we beginnen in het basisonderwijs.”

“Ik ben en blijf een optimist. Ik zie dat er een kantelpunt aankomt; het moet anders met de intensieve landbouw en daar zijn steeds meer mensen van doordrongen. Natuurlijk heeft dat tijd nodig en in die tussentijd probeer ik mijn steentje bij te dragen om de biodiversiteit te helpen verhogen. En voor de heischrale graslanden zie ik dat provincies en terreinbeheerders nu hard meedoen om het actieplan tot een succes te maken.”

KennisOnline betreft onderzoek van Wageningen University & Research dat wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Deel dit artikel

Lees het volgende artikel

Krill tellen op Antarctica | Poolexpeditie