VISSERIJ

Slim tong vangen

Bijvangst beperken met slimme visnetten

Foto's: Tessa Louwerens

DOOR Tessa Louwerens | KENNISONLINE 2019


Tong is gehaaid. Als een ware Houdini glipt de platvis door kleine mazen en laat de visser achter met een net vol bijvangst. Onderzoeker Pieke Molenaar van Wageningen University & Research ontwikkelt nu samen met vissers ‘slimme netten’ om dit gewilde visje te strikken en gelijktijdig zo min mogelijk ongewenste vis te vangen.

Het is een koude en mistige ochtend in de haven van Scheveningen. Op de kade liggen glibberige visresten, kettingen en ankertouwen. Tientallen kotters liggen afgemeerd voor de visafslag. Eén ervan is van Johan en Albert Baaij. De broers vissen in de Noordzee vaak dagenlang op tong en schol, met een pulskor. Deze manier van vissen, waarbij een net met elektroden platvissen met stroomstootjes van de bodem opschrikt, is vanaf 1 juli 2021 verboden door het Europees Parlement (zie kader).


Pieke Molenaar is een vaste gast op de boot van de gebroeders Baaij. De onderzoeker visserijtechniek bij Wageningen Marine Research ontwikkelt samen met de vissers selectievere visnetten. Die zijn nodig omdat Albert Baaij naast marktwaardige schol en tong ook veel kleinere platvissen en andere zeedieren vangt. “Afhankelijk van de vissoort waarop wordt gevist, kan deze zogenoemde bijvangst soms de helft tot wel 90 procent van de vangst beslaan”, vertelt Molenaar.

Zeesterren, krabbetjes, schelpdieren en kleine visjes mogen overboord, maar ondermaatse platvissen niet

Vroeger gooiden vissers de bijvangst overboord. Maar in 2015 stelde de Europese Commissie de aanlandplicht in. Dat betekent dat de vissers alle ondermaatse – te kleine – vissen van soorten waarvoor ze een vangstquotum hebben, aan wal moeten brengen. Overige soorten mogen nog wel overboord. Doel van de aanlandplicht is om verspilling tegen te gaan – de losgelaten vissen overleven niet altijd – en vissers te stimuleren selectiever te vissen. En daar komt Molenaar om de hoek kijken.

WUR-onderzoeker Pieke Molenaar en visser Albert Baaij werken geregeld samen aan de ontwikkeling van slimme visnetten.

“Willen jullie gelijk een sleepje doen?” vraagt Albert Baaij. Dat blijkt visserslatijn voor vissen met sleepnetten. Op het dek geeft hij na een half uur varen opdracht om de pulskor-netten aan weerzijde van het schip te laten zakken. De bemanningsleden, in feloranje waadbroeken en bijpassende handschoenen, zijn druk in de weer om de zware netten overboord te gooien. Die verdwijnen al snel in het donkere water van de Noordzee.

Het probleem van bijvangst

Na zo’n half uur slepen worden de netten ingehaald en geleegd in drie grote manden. Een deel van de vangst glibbert en kronkelt over het natte dek. Een platvis met oranje stippen springt in het oog. “Een schol”, vertelt Molenaar. Maar het minder flamboyante langwerpige platvisje dat ernaast ligt, is het neusje van de zalm. “Tong. Die levert de visser het meest op.”


Verder krioelt er een bonte verzameling aan zeeleven in de manden: platvissen, kleine vissen, zeesterren, krabbetjes en hier en daar een verdwaalde mossel. “Dit illustreert het probleem van bijvangst”, zegt Molenaar. “We hebben drie manden vol, en ongeveer driekwart mand is marktwaardige vis.”

De zeesterren, krabbetjes, schelpdieren en kleine visjes mogen overboord, maar de ondermaatse platvissen niet. Albert Baaij: “Die moet ik meenemen, al leveren ze nauwelijks wat op.” Mensen mogen de ondermaatse vis niet eten; die regel is onderdeel van de aanlandplicht en ingesteld zodat vissers niet gericht op de kleine visjes gaan vissen. De ondermaatse vis wordt verwerkt tot vismeel, en dat levert niet veel op. Ondertussen is het duur en arbeidsintensief om die vissen aan boord te sorteren en op te slaan.

De zeesterren, krabbetjes, schelpdieren en kleine visjes mogen overboord.

Vissers aan het werk op de boot.

Molenaar experimenteert al jaren met slimme netten die dit bijvangstprobleem moeten oplossen. Zo heeft hij met garnalenvisser Cees van Eekelen bijvoorbeeld al een selectief net ontwikkeld voor langoustines, Noorse kreeftjes. Daarmee is het mogelijk de bijvangst met maar liefst 65 procent te verminderen. Ze bereikten dit door het achterste deel van het net – de ‘kuil’ – in meerdere compartimenten te verdelen. Vissen komen in de bovenste kuil terecht, waar de mazen groter zijn zodat te kleine visjes kunnen ontsnappen. Kreeftjes komen via een scheidingspaneel met lamellen in een ander deel van het net waar de mazen kleiner zijn, zodat ze niet weg kunnen.

Onderwatercamera

Molenaar wil soortgelijke ‘scheidingsluikjes’ ontwikkelen voor de platvisserij. Dat lukt nog maar matig, maar hij heeft goede hoop. “Tot nu toe waren de experimenten vooral een kwestie van trial-and-error. Aan de ene kant laat je het aangepaste net zakken, en aan de andere kant sleep je met het standaardnet. Dan zie je of iets werkt of niet, maar weet je nog niet waaróm.” Wat er precies onder water gebeurde, was lange tijd een black box. Inmiddels heeft Molenaar daar iets op gevonden: een onderwatercamera.

Om te kijken wat een vis in een visnet doet, plaatsen onderzoekers camera’s in het visnet.

Dankzij de onderwaterbeelden kan Molenaar nu zien hoe de platvissen zich in het net gedragen. “Dan vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Zo richtten we ons bij het ontwikkelen van die slimme netten eerst vooral op schol en schar. Maar op de beelden zagen we dat een schol met een rotgang door het net heen schiet, die heeft helemaal geen tijd om scheidingsluikjes te vinden.”

De tong binnenhouden

Molenaar zag ook dat tongen veel betere zwemmers en slimmere navigeerders zijn. Hij schatte hun kansen om hordes te nemen hoger in en besloot zich daarom op deze vissen te focussen. Hij wil nu een scheidingsluikje ontwerpen waarmee de tong naar een specifiek deel van het net wordt gesluisd dat grotere vissen binnenhoudt en de ondermaatse exemplaren laat ontsnappen.

Dat blijkt nog een flinke uitdaging. “Tong is een echte ontsnappingskunstenaar”, vertelt Molenaar. “Waar de schol als een stuk karton in het net blijft steken, beweegt een tong zich als een vloeipapiertje. Maar juist als we proberen hem te scheiden door ’m ergens doorheen te laten glippen, dan doet-ie ’t ineens weer niet.”

Ideeën bundelen voor oplossingen

Molenaar hoopt dat de camerabeelden zullen helpen om de tong alsnog te slim af te zijn. “Nu zien we precies waar de vissen in het net zwemmen en hoe ze zich gedragen. Zo kunnen we veel gerichter bepalen waar we die scheidingsluikjes moeten plaatsen. Boven-, onder-, voor- of achterin het net bijvoorbeeld.” Daarnaast kan Molenaar zien of daadwerkelijk alleen de ongewenste vissen ontsnappen. “Bij eerdere experimenten met selectievere tongnetten, bleek namelijk ook 10 procent van de marktwaardige tong te ontsnappen. Zulke verliezen zijn voor een visser onacceptabel.”

Wat er precies onder water gebeurde, was lange tijd een black box

EUROPEES VERBOD OP PULSVISSEN

De pogingen van visserijonderzoeker Pieke Molenaar van Wageningen Marine Research om selectieve netten te ontwikkelen voor tongvissers, richten zich op de in Nederland populaire pulsvisserij. Het Europees Parlement besloot echter definitief in april om het pulsvissen per 1 juli 2021 te verbieden. Nederlandse vissers moeten dan weer overstappen op de traditionele boomkor.


Dat maakt de experimenten niet overbodig, zegt Molenaar. De camerabeelden waarmee hij het gedrag van vissen in het net bestudeert, kunnen ook van pas komen bij het ontwikkelen van slimme boomkornetten. Maar de uitdaging wordt wel groter. Boomkortuigen hebben kettingen die over de grond slepen. Dat vergroot de bijvangst die Molenaar met de slimme netten nu juist wil verkleinen.

Vissers zijn volgens Molenaar enthousiast over de onderwaterbeelden. “Doordat ze zien wat zich in het net afspeelt, raken ze geïnspireerd en komen ze met nieuwe ideeën. Het is leuk om onze ideeën te bundelen en gezamenlijk naar een oplossing toe te werken. Ik kan zelf wel iets bedenken, maar als dat voor een visser niet werkbaar is, heeft het geen zin.”

KennisOnline betreft onderzoek van Wageningen University & Research dat wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Deel dit artikel

Lees het volgende artikel

Schrale grond, rijk aan biodiversiteit | Natuurherstel