image

SMART FARMING

Duurzamer en efficiënter boeren dankzij precisielandbouw

Foto: WUR/Open Teelten

KENNISONLINE 2020


Precisielandbouw is zuinig en duurzaam, want boeren besparen aanzienlijk op meststoffen, bestrijdingsmiddelen en brandstof. En dat leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Maar boeren moeten wel investeren in nieuwe technologieën. In de Nationale Proeftuin Precisielandbouw adviseren Wageningse onderzoekers boeren die hiermee experimenteren.

Voor alle duidelijkheid: de proeftuin is geen fysieke plek. Het gaat om 26 landbouwbedrijven van Groningen tot Zeeland en Limburg, vooral akkerbouwers maar ook enkele melkveehouders, fruittelers en bloembollenkwekers. Elke boer krijgt begeleiding van een expert van Wageningen University & Research. “Deze boeren willen investeren in precisielandbouw en maken daarbij graag gebruik van de kennis die wij in huis hebben”, aldus Corné Kempenaar, projectleider van de Nationale Proeftuin Precisielandbouw.

Met precisielandbouw kunnen boeren heel nauwkeurig en lokaal bepalen hoeveel water, mest of gewasbeschermingsmiddel er bijvoorbeeld nodig is per vierkante meter en zelfs per plant. Dat kan dankzij technologieën zoals gps, sensoren, drones, satellietbeelden, ICT en robots. De belangstelling voor precisielandbouw groeit, want het stelt boeren in staat om beter en efficiënter te werken. “Daarmee is het een belangrijke stap op weg naar kringlooplandbouw”, zegt Kempenaar. De toepassingen variëren van op maat beregenen, inzaaien, bestrijden en bemesten tot rijpadenplanning, strokenteelt en automatisch volgen van plantengroei.

Zelfrijdende robot

De meeste interesse gaat uit naar onkruidbestrijding, zegt Kempenaar. Zo kunnen boeren met sensoren een kaart maken die de variatie in de bodemkwaliteit weergeeft. “Wanneer er meer organische stof in de grond zit, groeit er meer onkruid en is er meer onkruidbestrijdingsmiddel nodig”, legt Kempenaar uit. Maar gebruik van herbiciden remt de groei van het gewas. De bodemkaart laat zien waar er minder organische stof in de grond zit. “Als een boer met minder herbiciden toe kan op zijn akker, bespaart hij niet alleen op middelen maar is zijn gewasopbrengst ook groter.”

De CropTraits – FieldExplorer met de DJI M210 drone, beide aangeschaft door WUR vanuit het NWO-project van het Netherlands Plant Eco-phenotyping Centre (NPEC). Dit project maakt het mogelijk om high-tech meetapparatuur beschikbaar te maken voor onderzoek, onder andere op het gebied van precisielandbouw. Foto: Rick van de Zedde

Eén boer gaat aan de slag gaat met een kleine zelfrijdende robot die onkruid wiedt als alternatief voor chemische onkruidbestrijding. Deze robottoepassing is nog in ontwikkeling. “Het gaat om de teelt van ijsbergsla. Vanwege de grote kroppen die op regelmatige afstand van elkaar groeien, is dit gewas erg geschikt voor deze praktijkproef. Het is de uitdaging of de camera’s op de robot het onkruid nauwkeurig genoeg herkennen.”

Aantrekkelijke investering

De nieuwe technieken vormen een aantrekkelijke investering voor veel ondernemers, verklaart Kempenaar. Weliswaar kunnen de kosten aanzienlijk zijn, precisielandbouw zorgt ook voor hogere opbrengsten. “Grosso modo levert het bovendien een besparing op van 20 tot 25 procent op water, meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Op termijn wordt de besparing daardoor even groot als de investering. En bij sommige toepassingen slaat het sommetje positief uit door de hogere opbrengsten.”

Tegelijkertijd zorgt de toename aan technische mogelijkheden voor een veelvoud aan technische toepassingen die, soms amper uitontwikkeld, de markt overspoelen. Allerlei partijen bieden bijvoorbeeld satellietbeelden aan van uiteenlopende kwaliteit. Ook zijn er tientallen typen sensoren op de markt, die onder meer worden aangeboden door bedrijven die mest en gewasbeschermingsmiddelen verkopen. Het is echter niet altijd even duidelijk welk type sensor het meest geschikt is.

Met behulp van drones kan de boer heel nauwkeurig bepalen wat hij nodig heeft. Foto: Shutterstock

“Boeren hebben geen tijd om zich in alle mogelijkheden te verdiepen”, zegt de projectleider. Daarom zijn de boeren die meedoen blij met onafhankelijk advies, zegt Kempenaar. “Wij leggen de keuzemogelijkheden uit. De boeren vinden het fijn om te weten wat werkt en aan welke technieken nog haken en ogen zitten. De lijn van productontwikkeling naar de markt is tegenwoordig namelijk erg kort, met alle gevolgen van dien. Sommige technische oplossingen doen wat ze beloven, maar dat geldt niet voor alles.”

Aardappelen in de grond

De onderzoekers helpen de boeren ook om problemen op te lossen. Er gaat weleens iets mis bij het omzetten van data of uitvoeren van opdrachten van het bedrijfsmanagementsysteem naar de tractor en andersom. “Er kan een serverupdate zijn of soms staat er iets verkeerd in een file. Maar een boer moet toch die dag de aardappelen in de grond stoppen”, zegt Kempenaar. Soms kan de Wageningse adviseur het oplossen en anders volgt een telefoontje naar de helpdesk van de leverancier. “Sommige bedrijven zijn echt betrokken en helpen snel.”

Met precisielandbouw weet de boer precies waar welk gewas iets teveel of te weinig van heeft. WUR-onderzoeker Corné Kempenaar laat zien hoe de FieldExplorer, gefinancierd vanuit het NPEC-project, wordt gebruikt om precisielandbouw verder te ontwikkelen en zo de landbouw duurzamer te maken.

De publiciteit rond de proeftuin helpt daarbij. Journalisten lopen mee met de boeren en publiceren regelmatig artikelen in agrarische vakbladen. Ook worden de ervaringen met andere boeren gedeeld via de facebookgroep en de website van Nationale Proeftuin Precisielandbouw. Kempenaar: “Op facebook volgen inmiddels zo’n kleine tweeduizend mensen de posts. Ze stellen ook weleens vragen of leggen problemen voor.”

Online bijeenkomsten

De proeftuin organiseert eveneens demonstraties en bijeenkomsten op de bedrijven, die vaak wel honderd bezoekers trekken. “Dit jaar zouden drie boeren een open dag organiseren. Dat is niet doorgegaan door de coronacrisis. We willen nu online bijeenkomsten gaan houden.” Kempenaar merkt ook dat de boeren andere prioriteiten hebben sinds de corona-uitbraak. “In eenmansbedrijven is er beperkte aandacht en die is er nu niet op gericht om alles zo precies mogelijk te doen. Het zijn onzekere tijden en ondernemers zijn voorzichtiger.”

In 2021 gaan de onderzoekers evalueren wat er is geleerd in het project en kijken hoe ze het voort kunnen zetten. “Op dit moment is het voor een boer heel moeilijk om alle data die op zijn bedrijf gegenereerd worden in één platform te bekijken, laat staan zijn bedrijf er beter mee te runnen. We willen graag die datapositie van de boer verbeteren.” Ook is Kempenaar met collega’s betrokken bij de ontwikkeling van een systeem en een opleiding voor onafhankelijke adviseurs die boeren kunnen bijstaan in de precisiekringlooplandbouw.

Deel dit artikel

Lees het volgende artikel

Op insectenjacht in het boerenland | Biodiversiteit