Financiële producten ondermijnen veerkracht boerengebieden

Leestijd: 3 minuten

VEERKRACHT
SOCIAAL ECOLOGISCHE SYSTEMEN

DOOR Hanny Roskamp


November 2018

Hoe veerkrachtig zijn boerengebieden? Waarom is landbouwbeleid gericht op behoud van de status quo? Op die vragen wil het SURE-Farm-project een antwoord geven.

“Ik las laatst dat mensen in hun werk veerkrachtig zijn als ze voelen dat het zin heeft wat ze doen. Ik vraag me af of de meeste boeren dat tegenwoordig nog kunnen voelen. Ze liggen zo sterk onder het vergrootglas, er is zoveel kritiek,” zegt Miranda Meuwissen.


Meuwissen is sinds een jaar coördinator van een door de EU gefinancierd project dat zo breed mogelijk kijkt naar alles wat er speelt in de Europese agrarische gebieden. Landbouwgebieden en hun inwoners staan onder druk. De samenleving bemoeit zich met het boerenbedrijf (denk aan landbouwgif, dierenwelzijn), de boer moet voldoen aan een stortvloed aan regels, de supermarktketens bedingen lage prijzen en vanuit het buitenland is de concurrentie groot. Je zou wel gek zijn als je nog boer zou worden.

Het EU-project SURE-Farm onderzoekt hoe groot de veerkracht is van Europese agrarische gebieden.

En dat is dan weer het volgende probleem. Kinderen van boerengezinnen hebben steeds minder zin om het bedrijf voort te zetten. Dus wat gaat er met die gebieden gebeuren? Lopen ze leeg, veranderen ze in natuur, vallen ze ten prooi aan altijd maar oprukkende stedelijke gebieden? En wat betekent dat voor de Europese voedselzekerheid?

Definitie resilience te beperkt

Meuwissen heeft zojuist haar missie op papier gezet. Het bleek een hele klus om die op één A4-tje te krijgen. “We hebben eerst bedacht hoe we veerkracht van de boerengebieden kunnen definiëren. Het begrip resilience komt uit de ecologie. Het idee dat een ecosysteem na een extreme verandering, bijvoorbeeld weersomstandigheden, in staat is om terug te veren naar de oude toestand. Die definitie blijkt voor de boerengebieden te beperkt. Minstens zo belangrijk is aanpassingsvermogen, flexibiliteit, zodat een gebied een transitie kan maken naar een andere vorm als dat nodig is. Naar natuurgebied bijvoorbeeld.”


Kinderen van boerengezinnen hebben steeds minder zin het boerenbedrijf voort te zetten

Hoe groot de huidige veerkracht is gaat ze samen met haar collega’s onderzoeken. Dat gebeurt allereerst door het verzamelen van zoveel mogelijk getallen en feiten die bekend zijn over de boerenregio’s. Bijvoorbeeld: hoeveel dorpen zijn er nog met minstens één school en één supermarkt. Dat getal is belangrijk voor de leefbaarheid van een gebied.


“Maar dan weet je nog niet het waarom en het hoe. Daarom zullen we ook veel persoonlijke gesprekken voeren, het zogeheten kwalitatief onderzoek. Daarin gaat het om de persoonlijke visies en ervaringen van mensen. Dat doen we vooral met de boeren zelf, die staan centraal, maar ook met vertegenwoordigers van het systeem rond de boeren. De afnemers (supermarktketens), de banken, de verzekeraars.”

Schadevergoeding of aanpassen?

Omdat het onderzoek nog in de kinderschoenen staat kan ze nog geen resultaten laten zien. Maar iets dat haar al in dit prille stadium opvalt is dat financiële producten die de veerkracht zouden moeten garanderen zo zijn ingericht dat ze de veerkracht op de lange termijn juist ondermijnen. “Een verzekeraar keert bijvoorbeeld uit bij schade door extreme droogte. De boer hoeft zich daarom niet aan te passen, hij krijgt zijn geld toch wel. Terwijl het misschien beter is om over te schakelen op een gewas dat beter bestand is tegen droogte of te kijken of er aanpassingen mogelijk zijn aan de bodem.”

Het SURE-Farm team gaat aan de slag in elf boerengebieden, van Roemenië tot Vlaanderen. FOTO Hollandse Hoogte. ILLUSTRATIE: Case studies SURE-Farm

Ook het landbouwbeleid is sterk gericht op behoud van de status quo. En dat staat vreemd genoeg vaak lijnrecht tegenover de doelen van de landelijke en Europese overheid. “Dat zagen we bij de extreme droogte dit jaar. Het langetermijndoel is vergroening van bepaalde gebieden, maar dat werd opgeschort. De grond die was bestemd voor vergroening mocht worden gebruikt om het korte termijnprobleem op te lossen, een tegenvallende oogst door droogte. Terwijl vergroening belangrijk is voor de weerbaarheid en dus veerkracht van de bodem.”

‘Een verzekeraar keert uit bij schade door extreme droogte. De boer hoeft zich daarom niet aan te passen, hij krijgt zijn geld toch wel’

Haar team gaat aan de slag in elf boerengebieden, van Roemenië tot Vlaanderen. Hier in Nederland is de Groningse akkerbouw in de voormalige veenkoloniën geselecteerd als case. Wat er in die gebieden belangrijk is voor de veerkracht kan per land verschillen. “Het doel voor een gebied kan het op de been houden van de boeren zijn, zoals geldt voor een gebied dat we onderzoeken in Spanje. Maar dat is geen doel op zich. We kijken overall wat de wensen zijn voor een gebied. In Nederland is dat óók het behoud van de natuur en een mooie omgeving.”

Naam

Dr.ir. Miranda Meuwissen

Functie

Persoonlijk hoogleraar, coördinator Hor2020 SURE-Farm.

Resilience onderzoek

EU-onderzoek naar hoe de veerkracht van boerengebieden kan worden versterkt.

Team

Voor dit onderzoekt werk Miranda Meuwissen samen met zestig wetenschappers uit zestienEU-landen.

Hoewel veel boeren tien jaar geleden niets moesten weten van biologische teelt, werkt het succes tegenwoordig als eye-opener. FOTO Aleks. K./Shutterstock

Zo’n 3,2 procent (CBS, 2017) van de Nederlandse landbouwgrond is in handen van biologische en biodynamische boeren, een klein maar snel groeiend percentage. Hoewel veel boeren tien jaar geleden niets moesten weten van biologische teelt, werkt het succes tegenwoordig als eye-opener. Het laat de boeren zien dat het ook anders kan en dat aanpassen een goed idee kan zijn.


“De bodem van biologische boerderijen is veerkrachtiger, ze zijn vaak kleinschaliger waardoor de financiële druk kleiner is. Maar dit is geen pleidooi voor kleinschaligheid. We willen geen voedselcrisis meer zoals in de Tweede Wereldoorlog. Het is prima dat in sommige gebieden de grootschalige, moderne, digitale boer opereert.”

‘We willen geen voedselcrisis meer zoals in de Tweede Wereldoorlog. Prima dat in sommige gebieden de grootschalige, digitale boer opereert’

“Alles begint met de vraag: wat wil je met een gebied? Het antwoord op die vraag is in Nederland anders dan in Roemenië. Als we hier als doel stellen dat we een gebied groen en biodivers willen hebben, dan passen daar geen megastallen in, maar misschien wel kleinschalige biologische boerderijen.”


Hoewel de verschillen tussen de EU-landen groot zijn, is er toch gekozen om dit project centraal aan te pakken. “Dat is juist zo mooi van het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Dat er steeds meer ruimte komt voor wat regionaal belangrijk is, terwijl we toch onze kennis delen.”

Lees ook de volgende artikelen:

Telen voor veerkracht in de landbouw

Grijpgraag visje vult gat in de markt