Crisis bakermat voor succes agrarische sector

Leestijd: 4 minuten

VEERKRACHT
SOCIAAL ECOLOGISCHE SYSTEMEN

DOOR Inge Janse


November 2018

In de afgelopen honderdvijftig jaar overwon de veehouderij in Noord-Brabant vele crises. Coöperaties, overheid en kerk speelden daarbij een grote rol. Cruciaal voor de veerkracht bleek de verbinding tussen de agrariërs en hun omgeving.

Verbroken verbindingen tussen de landbouw en de stad ondermijnen de veerkracht (zoals de robuustheid of het aanpassingsvermogen) van landbouwsystemen, concluderen veel onderzoekers. Katrien Termeer, hoogleraar Bestuurskunde aan de WUR, onderzoekt de rol die instituties daarbij spelen. Dit zijn zowel formele verbanden (zoals landbouworganisaties) als informele (relatie boer met zijn omgeving). Haar idee is dat een historische analyse hier veel over kan leren. Zij dook daarom in de geschiedenis van de veehouderij in Brabant.

Berlicum 1909: Koeien melken met de eerste elektrische melkmachine.

FOTO BHIC, ‘s-Hertogenbosch

Het boerenleven in Brabant vanaf 1880. VIDEO Helena Lighthert

1880 – 1914: nieuwe instituties initiëren transformatie

“Brabant, waar het voor akkerbouwers armoe troef was op de zandgrond, ontwikkelde in de 19e eeuw veehouderij. Deze werd al snel geconfronteerd met een grote crisis, omdat voedingsproducten uit de VS de Europese markt overspoelden. Achteraf bleek deze crisis juist de bakermat voor het succesverhaal van de Nederlandse sector. Landbouworganisaties richtten coöperaties op voor collectieve financiering, aankoop en afzet, en werden daarbij geholpen door de katholieke kerk. Ook investeerde de overheid in de landbouw via onderzoek, onderwijs en voorlichting. Waren deze acties niet genomen, dan was de veehouderij in Brabant waarschijnlijk omgevallen.”

Links: Boerderij de Armhoef in Boxtel vlak na de Tweede Wereldoorlog. Een zeldzaam type boerderij die al werd gebouwd in 1646. FOTO Heemkunde Boxtel

Rechts: De Boerenleenbank van Schaijk bestaat 50 jaar in 1948. Het bestuur, de raad van toezicht en de geestelijk adviseur poseren voor de foto. FOTO BHIC

1914 – 1945: aangepaste instituties maken overleven mogelijk

“Het was de periode van de beide wereldoorlogen en de wereldwijde crisis van de jaren ’30. De vraag nam af, internationale grenzen sloten, en in de oorlogen was er voedselschaarste. Toch ging de veehouderij niet ten onder. Zij moderniseerde zelfs, met dank aan de eerder behulpzame instituties die zich aanpasten aan de nieuwe realiteit. Zo zorgde de overheid voor een crisis-varkenswet die quota en basisprijzen regelde.”

‘Tijdens de crisis van de jaren ’30 nam de vraag af, maar de veehouderij ging niet ten onder’

“In deze periode ontstond ook de verbinding tussen stad en landbouw, want veel mensen uit de stad gingen naar boerderijen voor voedsel. Die informele band heeft de sector heel veel krediet in de maatschappij opgeleverd, ook in de jaren na de oorlog.”

Stierenkeuring van de Nederlandse Christelijke Boerenbond in Boxtel.

FOTO E. van der Staak/ Heemkunde Boxtel

1945 – 1970: versterkte oude instituties bevorderen verandering

“Vanuit het idee van ‘nooit meer oorlog en nooit meer honger’, werd de landbouw via Europees beleid geholpen. Veel boeren vertrokken echter uit Brabant, bijvoorbeeld om makkelijker geld te verdienen in de Rotterdamse haven. Voor landbouworganisaties en voorlichting was dit een glorietijd, want zij stimuleerden veehouders tot intensivering, specialisering, mechanisering en schaalvergroting. Hierdoor konden minder boeren meer produceren.”

“Wat daarbij hielp, was ‘het gat van Rotterdam’: een beleidsuitzondering voor de invoerheffingen op soja in de Rotterdamse haven, waardoor goedkoop veevoeder beschikbaar kwam. Ook was de sympathie voor boeren nog erg hoog, dus niemand deed moeilijk over de hulp die ze van de overheid ontvingen. Er was verder nog weinig kritiek op de milieubelasting door de intensieve veehouderij.”

In de jaren vijftig worden varkens door de boeren uit de regio van Oss aangevoerd bij de fabriek van Zwanenberg. FOTO Stadsarchief Oss

1970 – 2000: bolwerk gericht op behoud

“Boterbergen, mestoverschot, zure regen, varkenspest: de neveneffecten van intensieve veehouderij kregen steeds meer aandacht. Bovendien nam de historische sympathie van de stad voor de boer af. Stank werd niet langer gezien als gezonde boerenlucht.”

‘Regionale voedselnetwerken in Brabant zorgen voor nieuw contact tussen boeren en consumenten’

“Het bolwerk van coöperaties, landbouworganisaties en het landbouwministerie beperkte nu juist de veerkracht van de sector. Ze verdedigden de intensieve productie en het idee dat meer altijd beter is. Ook hielden ze inzichten in milieu-effecten tegen of ontkenden ze. De varkenspest van 1997 vormde een omslagpunt. Wekenlang zagen Nederlanders televisiebeelden van geruimde varkens, carnavalsoptochten werden afgelast en de belastingbetaler draaide voor de kosten op. Hierdoor kwam de license to produce van boeren onder druk te staan.”

2000 – nu: nieuwe en oude instituties, zaadjes voor transformatie

“De intensieve veehouderij kwam nog verder onder druk te staan, met Q-koorts als dieptepunt. Omwonenden van geitenhouderijen werden ziek en er vielen zelfs doden. Dat leidde tot veel wantrouwen in de oude instituties, die in de ogen van de maatschappij het gevaar te lang ontkenden. Hierdoor ontstonden nieuwe instituties, zoals georganiseerde artsen, burgerinitiatieven en de Partij voor de Dieren.”

Naam

Prof.dr.ir. Katrien Termeer

Functie

Hoogleraar bestuurskunde bij het departement Maatschappijwetenschappen.

Resilience onderzoek

Historisch onderzoek naar de betekenis van instituties voor veerkracht van veehouderij.

Team

Voor dit interdisciplinaire onderzoek werkt Katrien Termeer samen met een team van wetenschappers van Wageningen University & Research en Universiteit Leuven op het gebied van sociale economie en maatschappijwetenschappen.

Een megastal in Vredepeel, in 2008 het grootste melkveebedrijf van Nederland.

FOTO Hollandse Hoogte

“Tegelijkertijd zorgden regionale voedselnetwerken in Brabant voor nieuw contact tussen boeren en consumenten. Ook een - in Brabant begonnen - project als weidevarkens, die vrij rondlopend de omgeving op natuurlijke wijze beheren, laat zien dat met minder dieren ook een goede boterham te verdienen is. Deze nieuwe vormen van veehouderij botsen alleen wel keihard met de restanten van de oude instituties, zoals knellende regels, niet sluitende businessmodellen en wantrouwen.”

‘Koester de vele zaadjes voor transformatie, dit zal de veerkracht van de veehouderij vergroten’

“Diskwalificeer de veehouderijpraktijken dus niet, want dan trekken ze zich nog meer terug op hun eigen eiland. Koester juist de vele zaadjes voor transformatie en nieuwe verbindingen tussen boer en omwonenden, stad en land en producenten en consumenten. Dit zal de veerkracht vergroten.”

Inzichten voor de toekomst

Katrien Termeer hoopt door nieuw historisch onderzoek de cruciale institutionele mechanismen voor veerkracht te ontdekken. Ze werkt ook aan een agent based model. Dat laat zien wat er bij interventies gebeurt met de sector. Verminder je bijvoorbeeld de verbinding tussen landbouw en de stad, dan beïnvloedt dat ook het aantal varkens. Het model baseert zich op historische gegevens en kan zo inzichten geven voor de toekomst - en wellicht ook voorspellingen doen over de veerkracht ten opzichte van bijvoorbeeld klimaatverandering.


Verder wil ze haar model opschalen. Werkt Europees landbouwbeleid bevorderend of beperkend voor veerkracht? En kan het model ook iets zeggen over de veerkracht in andere sectoren, zoals de haven in Rotterdam? Het is Termeer in ieder geval duidelijk geworden dat instituties stug zijn. “Veerkracht verander je niet zomaar. Wees je dus bewust van je beperkingen.”

Lees ook de volgende artikelen:

Grijpgraag visje vult gat in de markt

Financiële producten ondermijnen de veerkracht