SUSINCHAIN

Verbeteren insectenteelt voor voedsel en veevoer

Kringlooplandbouw

Insectenmeel is een goed alternatief voor hoogwaardige eiwitten in diervoeder. Foto: Shutterstock

Geschatte leestijd: 9 minuten

Gaan we in de toekomst pasta en brood met insectenmeel eten? Als het aan Europa ligt wel. De Europese Unie wil namelijk minder afhankelijk worden van eiwitgrondstoffen van buiten Europa. Wetenschappers van Wageningen University & Research onderzoeken daarom samen met hun Europese collega’s de toepassing van insecten in voedsel voor dier én mens.

Om in de behoefte aan plantaardig eiwit te voorzien wil de Europese Unie minder eiwitrijke gewassen als soja importeren, en meer zelfvoorzienend worden. Dat is duurzamer – want minder import betekent minder kosten en energieverbruik voor transport en minder ontbossing ten behoeve van de sojateelt. Soja wordt voornamelijk geteeld in Latijns-Amerika als eiwitrijke grondstof voor diervoeder. Insecten zijn een goed alternatief voor deze eiwitten. Ze leveren hoogwaardig eiwit en zijn makkelijk lokaal te kweken. Voor het Europese project SUSINCHAIN (Sustainable Insect Chain) onderzoekt de Wageningse wetenschapper Teun Veldkamp samen met Europese collega’s de mogelijkheden om insecten toe te passen in diervoeder, maar ook in voedsel voor mensen. De ambities van SUSINCHAIN zijn heel concreet: in 2025 willen ze minstens 20 procent van de Europese consumptie van dierlijk eiwit door insecteiwit kunnen vervangen. Ook moet er een duizendvoudige toename komen in zowel productievolumes als banen in de insectenkweeksector.

Minder belastende veeteelt

Veldkamp is senior onderzoeker Diervoeding bij Wageningen University & Research (WUR) en gespecialiseerd in insecten. “De welvaart in Afrika stijgt en daarmee ook de vraag naar vlees en vis. De prijzen daarvan zijn dan ook flink aan het stijgen. Bovendien is het de vraag of de draagkracht van de aarde voldoende is om op een duurzame wijze aan die vraag te kunnen voldoen.” De traditionele vleesproductie legt een grote claim op ruimte en natuurlijke hulpbronnen, aldus Veldkamp. “In Europa willen we juist minder belastende veeteelt.”

We kijken waar insectenkwekers tegenaan lopen, zowel qua wetgeving als kweektechnieken

Meelwormen zijn één van de insecten(larven) die het meest worden gekweekt voor dierlijke en humane consumptie. Foto: Shutterstock

Omdat insecten zich snel kunnen vermenigvuldigen, liggen hier grote kansen voor insecten als alternatieve eiwitbron. De voedingswaarde van insecten is vergelijkbaar met die van gewoon vlees. Veldkamp: “Een ander groot voordeel van insecten is dat je ze kunt kweken op reststromen uit de voedselverwerkende industrie, zoals groenteresten, -pulp en -schroot, waardoor het veel duurzamer is dan vismeel en soja.”

Verwerkt in brood en pasta

Voor diervoeding is insecteneiwit een prima optie omdat het, in tegenstelling tot vismeel en soja waarmee vee nu wordt gevoed, lokaal te kweken is. Ook de voedingsindustrie is geïnteresseerd in alternatieve eiwitbronnen. Het eten van hele insecten stuit echter op veel weerstand bij consumenten. Daarom is het verwerken van insectenmeel in voedselproducten, zoals brood en pasta, een goed alternatief. Een nadeel van de insectenproductie is de kostprijs. Insecten worden al decennialang gekweekt, maar niet op grote schaal. Om van insecten een realistische, alternatieve grondstof te maken, is opschaling met bestaande kwaliteit nodig om volumes te kunnen leveren. De doelstelling van SUSINCHAIN is dan ook het testen en demonstreren van innovatieve kweektechnieken om te komen tot een goed functionerende, commerciële Europese insectenketen.

Van businessmodel tot kweektechniek

Het project sluit ook perfect aan bij de visie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Veldkamp: “Het ministerie heeft samen met de insectenkweeksector een sectorplan opgesteld, dat op onderdelen synergie vertoont met de inhoud van dit project.” WUR is de coördinator van dit Europese project en Veldkamp is projectcoördinator. “Het project heeft verschillende inhoudelijke werkpakketten. De inhoud daarvan varieert van het ontwikkelen van businessmodellen en het verkennen van marktmogelijkheden voor insectenproducenten, tot de ontwikkeling van technologieën om insecten te verwerken. Veldkamp: “Voor de ontwikkeling van businessmodellen en het verkennen van marktmogelijkheden kijken we naar de stand van zaken en welke mogelijkheden er voor insectenproducenten zijn. Wat zouden we bijvoorbeeld nog meer met insecten kunnen doen? Maar we kijken ook naar de problemen waar insectenkwekers tegenaan lopen, zowel qua wetgeving als kweektechnieken.”

De voedingswaarde van insecten is vergelijkbaar met die van gewoon vlees, dus een geschikte vervanger voor vlees en vis. Foto: Shutterstock

Zwarte soldatenvlieg

Ook kijken de onderzoekers naar verschillende kweektechnieken en de verbetering van het transport van larven en eitjes. Bijvoorbeeld de larven van de zwarte soldatenvlieg, de huisvlieg, de meelworm en de krekel: “Dat zijn de insecten(larven) die het meest worden gekweekt voor dierlijke en humane consumptie. We kijken naar de hoeveelheid larven per kweekbak, de hoeveelheid voer en het soort voer. Bij het vervoeren van eitjes voor de productie van larven zijn temperatuur en luchtvochtigheid bijvoorbeeld belangrijk.”

Experimenteren

Daarnaast zijn er werkpakketten voor de ontwikkeling van technologieën voor het verwerken van de insecten. Hierbij wordt met verschillende verwerkingstechnieken geëxperimenteerd. Veldkamp: “Je moet de larven eerst drogen om ze tot meel te kunnen verwerken en daarbij moet je 70 procent vocht kwijtraken. We testen technieken als microwave, radiofrequency drying en low energy electron beams bij verschillende larven. Uit die experimenten komen verschillende producten voort en enkele worden dan weer getest in een ander werkpakket; de toepassing van insecten in diervoeder.” Bij dat pakket worden verschillende soorten en hoeveelheden insectenmeel in diervoerders voor kweekvissen, pluimvee en biggen verwerkt. Veldkamp: “We kijken onder andere naar de verteerbaarheid van de melen. Aan de hand daarvan worden voeders samengesteld. Dan kijken hoe de dieren het erop doen. Hoe groeien de dieren, hoeveel eieren leggen ze, zijn er gezondheidseffecten? WUR heeft heel veel ervaring op dit terrein, dus die kennis kunnen we nu goed inzetten.”

Nieuwe voedselproducten

Er wordt niet alleen gekeken naar de toepassing van insecten in diervoeder, maar ook in voeding voor mensen. Zo worden er nieuwe voedselproducten ontwikkeld en beoordeeld in sensorische tests. Hierbij worden zes prototypes van producten ontwikkeld waarmee consument- en smaaktesten worden uitgevoerd. Veldkamp: “Het insectenmeel wordt zoals gezegd verwerkt in reguliere producten, zoals pasta, brood en falafel. Dat doen we omdat de Europese consument nog niet dol lijkt te zijn op het eten van herkenbare insecten, iets dat in Azië meer gebruikelijk is. De avondmaaltijden zullen worden beoordeeld door consumentenpanels in Denemarken en Portugal.”

De insectensector is vrij nieuw en heeft een grote behoefte aan het delen van kennis

De Europese consument lijkt nog niet dol te zijn op het eten van herkenbare insecten, iets dat in Azië meer gebruikelijk is. Foto: Shutterstock

Een werkpakket over voedselveiligheid heeft betrekking op zowel dierlijke als humane voeding. Bij het werkpakket over voedselveiligheid moet je denken aan de risico’s die kunnen optreden, zoals allergische reacties. Veldkamp: “Sommige mensen kunnen een allergie ontwikkelen voor meelwormen, vergelijkbaar met die voor schelpdieren. Twee belangrijke allergenen die geïdentificeerd zijn, zijn tropomyosine en arginine-kinase. Die stoffen kun je vinden in meelwormen, schelpdieren en huisstofmijt. Mycotoxines worden ook onderzocht; dit zijn giftige stoffen die ontstaan door schimmels in landbouwgewassen. Weersomstandigheden hebben een grote invloed op het ontstaan van mycotoxinen in bijvoorbeeld granen en noten. Dit kan resulteren in hoge concentraties waardoor de gewassen niet meer gebruikt kunnen worden als voedsel of als diervoeder. SUSINCHAIN onderzoekt of insecten wel veilig gekweekt kunnen worden op landbouwgewassen die aangetast zijn door mycotoxines.”

Darmgezondheid

Hoewel het project halverwege de looptijd is – het eindigt op 30 september 2023 – zijn er al wel wat concrete resultaten. Veldkamp: “Bij de toepassing van insecten in diervoeder blijkt dat insectenproducten even goed verteerbaar zijn als de conventionele eiwitrijke diervoedergrondstoffen. Bovendien kunnen insecten goed zijn voor de darmgezondheid en immuniteit van de dieren.” Ook mensen weten – zij het onherkenbare – insectenproducten wel te waarderen. Veldkamp: “De prototypes van falafel, pasta en brood zijn goed beoordeeld bij testen in Portugal. Dat er insecten inzitten moet natuurlijk wel op het etiket komen te staan in verband met allergieën.” Een grote plus van dit project is dat het de insectensector en WUR veel kennis oplevert. WUR heeft al veel kennis over insectproductie en insecteneiwit in diervoerders. Ook voedselveiligheid is een van de centrale onderzoeksterreinen van het instituut, maar er is altijd behoefte aan meer kennis, ook in het veld. Veldkamp: “De insectensector is vrij nieuw en heeft een grote behoefte aan het delen van kennis. Dat gebeurt nog te weinig. Voorlopers beschermen vaak hun zelf ontwikkelde kennis om hun voorsprong niet te verliezen. De taak voor WUR is om onze kennis breed te delen in de sector. We hebben voor SUSINCHAIN dan ook een stakeholderplatform gelanceerd waar partners in de insectensector hun ervaringen en problemen kunnen melden.” Het project is nu halverwege, is er al zicht op het halen van doelstellingen? “We kunnen zeggen dat het essentiële tools levert voor het halen van de doelstelling om 20 procent van de Europese consumptie van dierlijk eiwit door insecteneiwit te vervangen. Naast uitbreiding van reeds bestaande grotere insectenkweekbedrijven komen er ook steeds meer nieuwe insectenkweekbedrijven bij in Europa”, aldus Veldkamp.

Europese onderzoekscontext

Sustainable Insect Chain (SUSINCHAIN) draagt bij aan de volgende Europese beleidsuitdagingen:

  • Circulaire landbouw
  • Duurzamer gebruik van reststromen
  • Verschuiving van de consumptie van dierlijke eiwitten naar plantaardige en nieuwe eiwitbronnen

Betrokken groepen vanuit Wageningen University & Research: Wageningen Livestock Research, Wageningen Food Safety Research en leerstoelgroep Wageningen Business Economics Betrokken Europese landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje en Zwitserland

Looptijd: 2019 – 2023

Deel dit verhaal