GRASLANDBEHEER

Vers gras kan leiden tot minder methaangas

Foto: Wageningen University & Research

KENNISONLINE 2021


Koeien die gras eten, produceren methaan. Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat de methaanemissie lager kan zijn bij koeien die grazen in het weiland, dan koeien die kuilgras eten. Weidegang blijkt dus niet alleen cultuurhistorisch van belang, maar kan ook een rol spelen bij het reduceren van methaan- én ammoniakemissies.

Ze halen vaak het Achtuurjournaal: koeien die uit hun dak gaan als ze na een lange winter op stal weer de wei in mogen. En van een koe in de wei worden de meeste mensen ook blij. Grazende koeien in een weiland zijn ook al 400 jaar een inspiratiebron voor Nederlandse landschapsschilders. Het is een beeld dat onlosmakelijk verbonden is met het Nederlandse cultuurlandschap. Het is niet alleen dit geliefde cultuurlandschap dat weidegang weer interessant maakt. De overheid zet breed in op kringlooplandbouw waarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van voedselbronnen van het eigen bedrijf. Voor melkveebedrijven betekent dat dat vers gras van eigen land belangrijker wordt.

Oud gras veroorzaakt meer gas

Een koe hoest en boert van nature. Hierbij komt methaan – CH4 – vrij, een sterk broeikasgas. De uitstoot van de verschillende broeikasgassen worden uitgedrukt in CO2-equivalenten. De totale broeikasgasuitstoot in CO2-equivalenten van de agrarische sector in Nederland bedraagt 17,9 megaton. Daarvan nemen koeien door methaanuitstoot 7,2 megaton voor hun rekening. Als die emissie omlaag kan, scheelt dat dus een slok op een borrel.

Weidegras in de morgen, met ochtenddauw. Foto: Shutterstock

Methaan wordt gevormd onder invloed van de vertering van gras in de pens. De hoeveelheid methaan die wordt gevormd, verschilt van koe tot koe, maar is ook afhankelijk van de kwaliteit van het gras. Die kwaliteit wordt onder andere bepaald door de NDF-waarde. NDF is een maat voor de structuurwaarde van gras, zeg maar de houterigheid van het gras. “Wij weten vrij goed dat hoe hoger de NDF-waarde in kuilgras is, des te hoger de methaanemissie van koeien”, zegt Cindy Klootwijk, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research. “Simpel gezegd komt het hierop neer: hoe ouder het gras, hoe meer methaanuitstoot. Dat heeft te maken met de vertering van de vezels in de pens”.

Sensoren in een voerstation

De vraag is hoe veranderende NDF-waarden zich verhouden tot methaanuitstoot van grazende koeien. Om dit te onderzoeken, heeft WUR het afgelopen jaar een beweidingsproef op de Dairy Campus in Leeuwarden ingericht. Een vast aantal koeien graasden op verschillende momenten in het jaar op afgebakende percelen met dezelfde grassoorten.

Simpel gezegd komt het hierop neer: hoe ouder het gras, hoe meer methaanuitstoot

Op elk perceel stonden zogeheten Greenfeeds: verrijdbare en overdekte krachtvoerstations die methaanemissies voor individuele koeien registreren. De koeien kwamen zo’n zeven keer per etmaal bij de Greenfeed langs om wat lekkers te snaaien. Sensoren in de Greenfeed registreerden het methaangehalte van de uitgeademde lucht. En wat bleek: in alle seizoenen was de methaanuitstoot het laagst bij koeien die in de wei stonden. Overigens kregen de koeien in de wei en op stal evenveel krachtvoer zodat de invloed hiervan op de methaanuitstoot werd geëlimineerd.

Wat de voorlopige uitkomst van de proef voor Klootwijk interessant maakt, is, dat als het gaat om het voorspellen van methaanemissies, er mogelijk andere mechanismes spelen bij vers gras dan bij graskuil. “In de proef hebben we uitgebreid metingen gedaan naar graskwaliteit, maar ook gekeken naar hoe gras precies wordt afgebroken in de pens. Die relaties kunnen we nu onder de loep nemen in combinatie met de gemeten methaanemissies.”

WUR-onderzoeker Bert Philipsen mag je wakker maken voor gras. Hij vertelt waarom gras weer centraal moet staan in de melkveehouderij. Zo is een betere weidegang kostprijsverlagend, geeft het minder verliezen van water, bodem en lucht, en zorgt het voor smakelijker weidegras voor de koeien – en daarmee voor meer melk van eigen land.

Gras is volgens Klootwijk lange tijd een sluitpost van het rantsoen op het melkveebedrijf geweest. “Je kon makkelijk corrigeren voor eiwitgehalte van het gras of energiebehoefte van de koe door je bijvoeding aan te passen met sojaschroot of maiskuil. Maar nu men ernaar streeft om de cirkel zoveel mogelijk te sluiten, betekent dit dat gras op het melkveebedrijf meer een centrale rol gaat spelen. Dat is de reden dat we deze proef hebben gedaan. Onderzoeksvragen waren onder andere: hoe kun je op graskwaliteit sturen, wanneer kun je gras het beste oogsten, wat is de juiste lengte van het gras en op welk moment van de dag oogst je? Zo proberen we uit te vinden hoe we methaanemissies kunnen reduceren.” In de melkveehouderij gaat het echter niet alleen om het reduceren van methaanemissies. Ook de ammoniakuitstoot moet omlaag. Voorjaarsweidegras bevat minder houtige vezels en scoort het beste als het gaat om methaanemissies, maar jong gras bevat ook het meeste eiwit. En dat kan of een bijdrage leveren aan stikstofoverschotten en ammoniak. Zomergras, dat langer gegroeid heeft en meer vezels bevat, veroorzaakt meer methaanuitstoot, maar minder ammoniak.

De oplossing ligt misschien besloten in kruidenrijke graslanden

Klootwijk erkent dat het een complex probleem is. “Je wilt eigenlijk zo min mogelijk methaan èn zo min mogelijk ammoniakuitstoot. Dan moet je die kwaliteit gras vinden waarin zowel de structuurwaarde zorgt voor minder methaanemissie als een eiwitgehalte dat zorgt voor een reductie in ammoniak. Dat vergt veel van je grasmanagement. We zoeken naar integrale oplossingen om zowel ammoniakemissies als methaanemissies te reduceren.”

Wat, hoe en wanneer: alles heeft effect

Die oplossing ligt misschien besloten in kruidenrijke graslanden. “We hebben afgelopen voorjaar smalle weegbree ingezaaid. Daarin zitten tannines die verbindingen met eiwit aangaan in de pens, waardoor er minder eiwit wordt afgebroken. Minder eiwitafbraak betekent minder ammoniak. En daarnaast bevat weegbree stoffen die theoretisch gezien de potentie hebben om de methaanemissie te verminderen”. Nog even terug naar de koe. Een overdekte stal van 3.000 vierkante meter is niet hetzelfde als een weiland van vijf hectare. Zou het natuurlijk graasgedrag in de wei van koeien van invloed kunnen zijn op wat er in de pens gebeurt?

Deze sensor in het krachtvoerstation meet de methaanuitstoot. Foto: Wageningen Livestock Research

Koeien komen snacken bij het krachtvoerstation. Foto: Wageningen Livestock Research

“Dat is een hele interessante vraag.” Klootwijk simuleert het grazen van koeien door met haar hand en pols malende bewegingen te maken. “In de wei vangen de koeien het gras met een draaiende beweging van de tong. In relatie tot methaanemissie is het grote verschil in de wei dat een koe het gras en de diepte tot waar ze graast zelf selecteert. Zodra wij het versgemaaide gras naar de stal brengen, kiezen wij de maaihoogte en eten de koeien alles op.”

Daarbij komt dat de kwaliteit van de grasspriet niet over de hele lengte van de spriet gelijk is. Dus als de koe alleen de toppen eet of de hele stengel, kan dat de methaanemissie beïnvloeden. Daarbij kent gras ook een sterk dageffect zegt Klootwijk. “In de avond is het suikeraandeel hoger en het eiwitgehalte lager. Het maaimoment beïnvloedt dus ook de graskwaliteit en daarmee de methaanemissies. Al deze factoren zouden best weleens van invloed kunnen zijn op het verteringsproces in de pens en dus op de methaanuitstoot. Het gaat ons dus niet zozeer om of we koeien in de wei moeten zetten, of vers gras in de stal moeten geven, of graskuil. Ons gaat het erom hoe we methaanuitstoot kunnen sturen met de kwaliteit: hoe moet je het gras oogsten, op welk moment van de dag en hoe lang moet het zijn om tot zo min mogelijk methaanuitstoot te komen.

Deel dit artikel

Volgende pagina