KLIMAATBESTENDIGE STAD

‘Natuur­inclusief bouwen wordt de standaard’

In een ‘groene’ woonomgeving is het prettig wonen en voelen vogels, insecten, zoogdieren en andere dieren zich thuis. Foto: Lea Rae / Shutterstock

KENNISONLINE 2022

Bouwprojecten zijn niet langer alleen maar ‘grijs’, maar ook steeds vaker ‘groen’ en ‘blauw’. Aan, bij of in een gebouw wordt bewust ruimte gemaakt voor natuur, zodat er meer diverse planten- en diersoorten in de stad kunnen leven. Maar de praktijk is ook weerbarstig, blijkt uit onderzoek.

Op elk balkon van de Trudo Toren in Eindhoven staat een plantenbak voor metershoge bomen en struiken. Samen vormt het groen een verticaal woonbos met 125 vrijwel identieke sociale huurwoningen. De toren is een ontwerp van architect Stefano Boeri, die eerder het wereldberoemde en iconische Bosco Verticale in Milaan ontwierp. Eind 2021 werd de duurzame woontoren met onderin horecagelegenheden, winkels, kantoren en woningen opgeleverd. In Nederland is de Trudo Toren een sprekend voorbeeld van een natuurinclusief bouwproject voor de sociale huursector.

“De vastgoedsector is enorm in beweging”, vertelt projectleider Marijke Dijkshoorn, werkzaam bij Wageningen Economic Research. “Natuurinclusief bouwen staat steeds vaker op de agenda bij de overheid en partijen in de vastgoedsector.” Dijkshoorn doet onderzoek naar deze nieuwe manier van bouwen die langzaam aan populariteit wint. Samen met haar collega’s inventariseerde ze hoe de vastgoedsector hiermee aan de slag kan gaan en welke succesfactoren en belemmeringen er zijn.

Mens, dier, klimaat en bedrijf

Natuur in de stad heeft allerlei voordelen, weten gemeenten, vastgoedpartijen en ook inwoners. In een ‘groene’ woonomgeving is het prettig wonen en voelen vogels, insecten, zoogdieren en andere dieren zich thuis. Bovendien kan een groene wijk beter tegen extreem weer als gevolg van klimaatverandering en krijgt luchtvervuiling minder kans. Tot slot is ‘groen’ voor veel bedrijven aantrekkelijk als vestigingsfactor. Het is ook een van de belangrijke factoren bij de aankoop van een woning.

Op elk balkon van de Trudo Toren staat een plantenbak voor bomen en struiken. In Nederland is dit een sprekend voorbeeld van een natuurinclusief bouwproject voor de sociale huursector. Foto: Rosanne de Vries / Shutterstock

Voordelen genoeg, maar hoe ziet de praktijk eruit? Dit vroeg Dijkshoorn in 2019 aan 89 partijen, grotendeels projectontwikkelaars, investeerders, architecten, aannemers en bouwbedrijven. De meeste van deze bedrijven, 61 procent, bouwt naar eigen zeggen al natuurinclusief. Zij doen dit zowel voor de maatschappij, als voor hun eigen imago en onderscheidend vermogen. De rendement-risicoverhouding wordt daarentegen minder belangrijk gevonden. Van de bedrijven die nu nog niet bezig zijn om natuur in hun projecten te integreren, verwacht bijna twee derde dit binnen vijf jaar te gaan doen.

De mate waarin de partijen natuurinclusief bouwen, varieert van een enkele maatregel, zoals nestkasten ophangen, tot meer integratie van natuur in de bebouwde omgeving. Het meest verregaande niveau van natuurinclusief bouwen sluit aan op de behoeften van diersoorten uit de omgeving, zoals bepaalde soorten insecten, salamanders, vogels of vleermuizen. De natuur op en aan de gebouwen is dan bovendien aangepast aan de bodem, de waterhuishouding en de historie van de locatie. Zelfs parkeerplaatsen krijgen een groen karakter door hagen om de auto’s en gras tussen de stenen.

Groen als sluitpost?

Ondanks het groeiend aantal initiatieven legt de natuur in de stad het nog regelmatig af tegen andere belangen. Wonen, werken, voedsel en energie produceren, transport en recreëren gebeurt namelijk allemaal in een beperkte ruimte. “Groen is daardoor nog vaak een sluitpost”, merkt Dijkshoorn, “die pas wordt ingevuld als andere functies al vorm hebben gekregen.” Ook bij vertragingen in het project of onverwachte kostenposten, worden de groene ambities vaak bijgesteld. Soms ontbreekt er simpelweg kennis over wat mogelijk is en wat niet. Ook twijfelen vastgoedpartijen of de consument uiteindelijk wel bereid is voor extra natuur te betalen. Het pad om te komen tot natuurinclusieve bebouwing is vaak hobbelig en vergt vooralsnog meer inspanning van de betrokkenen dan business-as-usual, blijkt uit het onderzoek van Dijkshoorn. Maar, zo luidt de conclusie: ondanks allerlei obstakels is natuurinclusief bouwen wel degelijk mogelijk. De cruciale succesfactoren zijn een duidelijke visie, creativiteit, flexibiliteit en de bereidheid om risico’s te nemen. Ook de vasthoudendheid van de betrokkenen is belangrijk.

Groen is vaak een sluitpost die pas wordt ingevuld als andere functies al vorm hebben gekregen

Meer planten, bijen en uilenkasten: natuurinclusief bouwen zal de standaard worden. En hoewel de interesse vanuit de vastgoedsector groot is, ziet Marijke Dijkshoorn-Dekker, onderzoeker transities aan Wageningen University & Research, ook dat het nog aan kennis ontbreekt. Daarom werd er een tool ontwikkeld over het wat, waarom en hoe van natuurinclusief bouwen. (NL ondertiteling beschikbaar)

Samenwerken

De woningcorporatie die de Trudo Toren liet bouwen, bezocht met de raad van commissarissen eerst aansprekende natuurinclusieve projecten in Europa en haalde daardoor de vooruitstrevende architect Boeri binnen. Dit zorgde er ook voor dat, zogezegd, alle neuzen binnen de raad dezelfde kant op stonden. Behalve met deze architect en het vaste bouwbedrijf werkte de projectontwikkelaar vanaf het begin ook al samen met een bedrijf voor groenaanleg en -beheer en een boomkwekerij.

In de bouwsector werkt men zoals men het altijd gewend is. In de transitie wil je die vaste praktijken doorbreken

De groene ambities zijn in het hele proces - van ontwerp tot bouw - dankzij de voortvarende start overeind gebleven. In de loop van het project werd bij financiële tegenvallers het groen niet wegbezuinigd, maar bleef het natuurinclusieve aspect voorop staan. Groene binnenwanden moesten weliswaar om financiële redenen wijken, maar de bomen en struiken aan de buitenkant zijn behouden. De kosten werden gedrukt door een soberdere binneninrichting. De meerkosten voor natuurinclusief bouwen bedroegen daardoor minder dan 1 procent van de totale kosten.

Gedrag veranderen

De woningcorporatie die de Trudo Toren bouwde, is een voorloper in de transitie waarin Nederland zich bevindt. Net zoals de projectontwikkelaar van een natuurinclusieve woonwijk ten zuiden van Haarlem op het landgoed Wickevoort. “Het concept voor Wickevoort is vooruitstrevend door de focus op meer natuurlijk groen en minder straat en beton. Belangrijk hierbij was ook het vroegtijdig betrekken van de juiste experts met dezelfde ambitie.” Nog een voorbeeld van een voorloper is Amsterdam Vertical: een drietal gebouwen die zijn ontworpen voor een kavel in Amsterdam Sloterdijk-Centrum. Gedurende het proces deden zich de nodige ingewikkelde vraagstukken voor. Toch bleek de op biodiversiteit gebaseerde landschappelijke visie voor het project niet belemmerend.

We hebben te maken met uitdagingen op het gebied van bouwen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Natuur kan een grote bijdrage leveren aan de oplossingen hiervoor, zoals de daktuinen in Rotterdam die warmte absorberen. Foto: R. de Bruijn Photography / Shutterstock

Andere spelers in het veld lopen minder voorop, maar staan volgens Dijkshoorn op het punt om te volgen. “De bouwsector werkt op een bepaalde manier, zoals men het altijd gewend is”, legt ze uit. “In de transitie wil je vaste praktijken doorbreken, een gedragsverandering op gang brengen. Het zou al helpen als ze meer inspirerende casussen te zien krijgen.”

De drie eerder genoemde casussen en de onderzoeksresultaten staan inmiddels in een brochure voor de vastgoedsector. Ook maakte Dijkshoorn met haar collega’s een communicatietool waarin inzichtelijk wordt hoe natuurinclusief bouwen te realiseren is. Daarmee wil ze handvatten bieden om het gesprek over natuurinclusief bouwen te voeren.

Groen voorrang geven

Dijkshoorn is optimistisch over het verloop van de transitie. “Natuurinclusief bouwen staat steeds hoger op de agenda. We hebben te maken met uitdagingen op het gebied van bouwen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Natuur kan een grote bijdrage leveren aan de oplossingen hiervoor. Hoe schaars de ruimte ook is, je kunt daken, gevels en balkons ook groen maken. Ik merk dat de sector in beweging is en dat natuur steeds vaker de aandacht krijgt die het verdient. Ik denk dat het ook zó belangrijk is, dat natuurinclusief bouwen de standaard wordt, in welke vorm dan ook.”

WIE Marijke Dijkshoorn, senior onderzoeker transities

ONDERZOEKSPROJECT Natuurinclusief ondernemen in het stedelijk gebied

TEAM Wageningen Economic Research

Deel dit verhaal