KLIMAATVERANDERING

De grote impact van de kleine bijen­kastkever

Hoewel hij een stuk kleiner is dan de honingbij, vormt de kleine bijenkastkever een grote bedreiging. Foto: Bram Cornelissen

KENNISONLINE 2022

Je staat er misschien niet bij stil, maar elke derde hap voedsel die we tot ons nemen is mede mogelijk dankzij de honingbij. Alleen zou de kleine bijenkastkever weleens roet in het eten kunnen gooien: de parasiet vormt een groeiend gevaar voor de bestuiver. Een in Wageningen ontwikkelde detectiemethode moet verspreiding van het beestje helpen voorkomen.

Westerse honingbijen zijn extreem belangrijk voor de voedselproductie. In Nederland zijn het veruit de belangrijkste bestuivers voor teeltgewassen als tomaat, komkommer, paprika en pompoen. “Bestuiving is voor planten wat seks is voor mensen: essentieel voor de voortplanting. Het is bovendien belangrijk voor het hele ecosysteem, omdat door bestuiving genetische variatie van planten en bomen gewaarborgd blijft”, zegt Delphine Panziera, bijenbioloog bij Wageningen University & Research. Honingbijen spelen hierin een hoofdrol; verreweg de meeste wilde planten worden bestoven door honingbijen, omdat zij in aantal alle andere bestuivende insecten overtreffen.

Kentering door klimaatverandering

Maar klimaatverandering bedreigt het voortbestaan van honingbijen. Onderzoekers zien namelijk dat er meer parasieten en ziekteverwekkers komen die een gevaar vormen voor de honingbij. Dat komt doordat het in gematigde gebieden gemiddeld steeds warmer wordt. Normaal produceren honingbijen eitjes tussen maart en oktober; in de winter is er geen broed. Dat betekent dat parasieten die leven van bijenbroed doorgaans de koude periode niet overleven. “Maar bijvoorbeeld in de winter van 2020 was het niet koud genoeg, waardoor er bijenbroed in de bijenkasten was tussen kerstmis en nieuwjaar. Dat is een groot gevaar, omdat sommige parasieten zich voeden met het broed van honingbijen, wat potentieel betekent dat parasieten zich kunnen ontwikkelen en vermenigvuldigen.”

De eitjes die de kever in bijenkasten legt groeien uit tot larven, die alles eten wat er in de bijenkast voorhanden is. Foto: Bram Cornelissen

Een parasiet die de laatste tijd naar het noorden oprukt is de kleine bijenkastkever. Oorspronkelijk komt dit kevertje ter grootte van een luciferkop voor in Zuidelijk Afrika. Sinds het begin van deze eeuw heeft de kever zich echter verspreid over grote delen van Amerika, Canada, Mexico en Egypte. In Europa is Zuid-Italië vooralsnog de enige regio waar de parasiet gesignaleerd is. In 2014 werden op meer dan 50 verschillende locaties in Apulia en Calabrië kleine bijenkastkevers aangetroffen.

De Italiaanse overheid heeft quarantainegebieden aangewezen. “Dat betekent dat imkers hun bijenkasten niet mogen verplaatsen buiten het gebied waar de kever is gesignaleerd, en dat het verboden is om te handelen in bijen en bijenproducten”, zegt Panziera.

Hongerige larven

Het is overigens niet de kleine bijenkastkever zélf die schadelijk is voor honingbijen – het zijn de eitjes die de kever in de bijenkast legt. De eitjes groeien uit tot larven, die alles vreten wat er in de bijenkast voorhanden is: bijenbroed, honing en zelfs de bijenwas moet eraan geloven. In korte tijd kan het broednest van een heel bijenvolk worden vernietigd. Daar komt bij dat de honing in de kast gaat gisten door de larvenpoep en onbruikbaar wordt als voedselbron voor de honingbijen. Het gevolg is dat het bijenvolk uiteindelijk doodgaat.

In Europa is Zuid-Italië vooralsnog de enige locatie waar de parasiet gesignaleerd is

De kleine bijenkastkever is klein van stuk, maar zijn impact kan gigantisch zijn: de verspreiding van deze parasiet bedreigt bijenvolken en zelfs de wereldvoedselproductie. Een PCR-test waarmee de kleine bijenkastkever opgespoord kan worden, moet uitkomst bieden. Delphine Panziera, onderzoeker bij Wageningen University & Research, legt uit waarom deze nieuwe detectiemethode zo belangrijk is. (NL ondertiteling beschikbaar)

Bestuiving is belangrijk voor het hele ecosysteem

Vervolgens verpoppen de larven tot kever; dat gebeurt in de bodem onder de bijenkasten. De volgroeide larven vallen uit de bijenkast en graven zich in de grond. De kans dat larven vervolgens verpoppen wordt groter, blijkt uit onderzoek van voormalig WUR-onderzoeker Bram Cornelissen, want naarmate het noordelijk halfrond opwarmt en daarmee de bodemtemperatuur stijgt, stijgt ook de kans dat larven overleven.

Impact zal toenemen

Wagenings onderzoek heeft aangetoond dat de gevolgen van de introductie van de bijenkastkever voor de Nederlandse bijenhouderij nog onzeker zijn. Die andere invasieve exoot, de varroamijt, is vele malen gevaarlijker. Maar door klimaatverandering zal de impact van de kleine bijenkastkever wél toenemen: het is dus zaak de kleine parasiet goed in de gaten te houden. Een in Wageningen ontwikkelde test kan daarbij helpen.

Elk land binnen de Europese Unie heeft een referentielaboratorium voor aangifteplichtige ziekten bij honingbijen, zoals de kleine bijenkastkever. “De geldende detectiemethode is visuele detectie. Maar de kans is groot dat er een kevertje wordt gemist in een kast met 50.000 bijen.” Volgens Panziera, die naast bijenbioloog bij WUR ook hoofd is van het Nationaal Referentie Laboratorium bijenziekten, is de methode zeer arbeidsintensief en duurt het een tijd voordat alle kasten in een verdacht gebied visueel gecontroleerd zijn. “En tegen de tijd dat in een gebied van vijf kilometer doorsnede alle kasten gecheckt zijn, kan de kever zich al verspreid hebben over een veel groter gebied.”

Het is niet de kleine bijenkastkever zelf die schadelijk is, maar zijn larven. Foto: Bram Cornelissen.

In Wageningen worden monsters geanalyseerd op de aanwezigheid van het DNA van de bijenkastkever, om te achterhalen of deze in de bijenkasten aanwezig is. Foto: Bram Cornelissen

De in Wageningen ontwikkelde test laat zich het beste vergelijken met de welbekende corona-zelftest. Met een wattenstaafje wordt aan de binnenkant van de kast gestreken, daar waar bijen niet kunnen komen, maar de veel kleinere parasiet wel. Vervolgens wordt het monster geanalyseerd op aanwezigheid van DNA van de parasiet, precies zoals dat bij de PCR-test op COVID het geval is. De uitslag kan binnen 24 uur bekend zijn. Uit een geïsoleerde veldproef blijkt de PCR-test één parasiet te kunnen detecteren in een kast met een kolonie van 50.000 bijen.

Kast-vast en kwetsbaar

Maar het zijn niet alleen de invasieve parasieten die de bijenbioloog zorgen baren. De weerbaarheid van westerse honingbijen tegen plagen en ziekten is sterk verminderd. “Imkers houden niet van agressieve bijen of bijen die gaan zwermen. Daarom selecteren ze bijenvolken die kast-vast zijn en makkelijk te hanteren. Gevolg is dat de afgelopen tientallen jaren de genetische diversiteit van westerse honingbijen is afgenomen. Dat vergroot de kwetsbaarheid voor parasieten zoals de kleine bijenkastkever.” Even voor de goede orde: de kleine bijenkastkever is voorlopig nog niet in Nederland aangetroffen. Dat betekent volgens Panziera echter niet dat we niet waakzaam moeten zijn. “Stel dat je buurman gekampeerd heeft in Calabrië en na twee weken terugkomt met een paar parasieten in z’n rugzak. Onbedoeld. Voor je het weet hebben de kevertjes een bijenkast gevonden.”

WIE Delphine Panziera, bijenbioloog

ONDERZOEKSPROJECT Nationaal Referentie Laboratorium bijenziekten (Wettelijke Onderzoekstaak)

TEAM Wageningen Plant Research

Deel dit verhaal